College van Beroep voor het bedrijfsleven (zesde enkelvoudige kamer) No.AWB 99/965 12 juli 2001 27000 Uitspraak in de zaak van: A, te B, appellante, gemachtigde: drs N.P.M. Klein, werkzaam bij PNO Consultants B.V. te Breda, tegen de Minister van Economische Zaken, verweerder, gemachtigden: mr ir R.J.J. Wijnands en mr R.E. Groenewold, beiden werkzaam bij verweerder. 1. De procedure Op 25 november 1999 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 15 oktober 1999. Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellante tegen de weigering haar een verklaring als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen af te geven. Op 11 februari 2000 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 25 januari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaat gehad, waarbij partijen hun standpunt nader hebben uiteengezet. Aan de zijde van appellante is tevens ter zitting verschenen C, werkzaam bij D. 2. De grondslag van het geschil 2.1 Bij de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (hierna: de WVA) is - ten tijde hier van belang - onder meer het volgende bepaald: " Artikel 1 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…) l. speur- en ontwikkelingswerk: door een S&O-inhoudingsplichtige, dan wel een S&O-belastingplichtige, systematisch georganiseerde en in Nederland verrichte werkzaamheden, direct en uitsluitend gericht op technisch-wetenschappelijk onderzoek of de ontwikkeling van voor de S&O-inhoudingsplichtige onderscheidenlijk de S&O-belastingplichtige technisch nieuwe: 1°. fysieke producten; 2°. onderdelen van fysieke producten; 3°. fysieke productieprocessen; 4°. onderdelen van fysieke productieprocessen; 5°. programmatuur of 6°. onderdelen van programmatuur; alsmede daaraan voorafgaand in Nederland verricht haalbaarheidsonderzoek; (…) n. haalbaarheidsonderzoek: een activiteit gericht op het tot stand brengen van een schriftelijk rapport, inhoudende een systematisch opgezette en afgeronde analyse van de technische mogelijkheden van speur- en ontwikkelingswerk; (…)" 2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan. - Appellante heeft bij een daartoe strekkend aanvraagformulier, getekend 10 december 1998, bij verweerder een aanvraag ingediend om een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 24 van de WVA, met betrekking tot (voorzover hier van belang) een viertal projecten, welke als volgt zijn aangeduid: " Project - 9701 (…) Projecttitel : Daglicht/kunstlicht Type Project : Ontwikkelingsproject (…) Omschrijving: (…) Dit project is gericht op het ontwikkelen van de technische oplossing om het kunstlicht te vervangen. Daarbij kan gedacht worden aan spiegels en reflecterende plafonds. Probleem vormt onder andere de relatie van deze doelstelling met het toepassen van klimaatgevels, welke kunnen leiden tot lichtvermindering. (…) Technische nieuwheid: De technische nieuwheid is gelegen is de spiegel- en andere reflectietechnieken met de daarbij behorende constructieve eisen en een optimale daglichtbenutting. (…) Project - 9702 (…) Projecttitel : Dubo-gebouw Type Project : Technisch-wetenschappelijk onderzoeksproject (…) Omschrijving: (…) Doelstelling is om de technisch-wetenschappelijke kennis te verwerven over energietechnisch mogelijkheden van een licht gebouw. In de bestaande concepten zijn zware gebouwen nodig voor een goede warmte/koude-accumulatie. Door de energieopslag in de koude/warmteopslag te laten plaatsvinden kan lichter en daardoor duurzamer gebouwd worden. Belangrijk punt is de bepaling van de Energie Prestatie Norm (EPN). Met de diverse partners worden de eisen aan het Dubo-gebouw bepaald en onderzocht op hun technische realiseringskansen in relatie tot de projectdoelstelling. Zo vormen ook ventilatoren een specifiek onderwerp om de luchtstroming koud/warm energetisch beter te regelen. (…) Technische nieuwheid: Het verkrijgen van kennis omtrent energietechniek in relatie tot een lichtgebouw (bijv. snelheid installatie), en het concept van een direct aangedreven frequentieregeling van ventilatoren (vermijden energieverlies bij toepassing conventionele V-snaar). (…) Project - 9802 (…) Projecttitel : Energie-infrastructuur Type Project : Haalbaarheidsonderzoek (…) Omschrijving: In dit project wordt een studie verricht naar de technische mogelijkheden om te komen tot een energie-infrastructuur voor de stationsomgeving Tilburg. Ondersteund door de NOVEM zal bepaald worden hoe de energievoorziening van de diverse gebouwen gekoppeld en geïntegreerd kunnen worden waardoor een EPC gehaald moet worden van 1,14 per gebouw. Ook voor het gebied Houthavens wordt bepaald wat de technische mogelijkheden zijn om een collectief systeem voor de energie-infrastructuur te realiseren (…) Project - 9804 (…) Projecttitel : Integratie Zonne-energetische toepassingen Type Project : Haalbaarheidsonderzoek (…) Omschrijving: Het toepassen van zonne-energie vindt momenteel steeds meer ingang in de gebouwde omgeving. De utiliteitsbouwsector blijft hierin echter achter. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de veel ingewikkelder gebouwinstallaties en vooral door de onduidelijke gebruikersgedragspatronen. Met dit onderzoek wordt aan de hand van de voorhande zijnde projecten koppeling van zonthermische en photovoltaïsche toepassingen met technische oplossingen voor gebouwinstallaties (met name de warmtepompen) nagegaan. De economische en technische haalbaarheid wordt onderzocht. (…) Technische nieuwheid: Koppeling van thermische en photovoltaïsche zonne-energietechniek met warmtepomptechniek in de utiliteitsbouw. (…)." - Bij brieven van 9 februari en 30 maart 1999 heeft verweerder appellante een aantal vragen over deze projecten gesteld. - Hierop heeft appellante bij brieven van onderscheidenlijk 24 maart en 16 april 1999 aanvullende gegevens verstrekt. - Bij besluit van 26 mei 1999 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. - Bij brief van 5 juli 1997 heeft appellante tegen deze beslissing bezwaar gemaakt. - Naar aanleiding hiervan heeft verweerder bij brief van 22 juli 1999 een aantal, per project gespecificeerde vragen aan appellante gesteld. - Bij brief van 31 augustus 1999 heeft appellante aanvullende gegevens verstrekt. - Op 15 september 1999 is appellante ten kantore van verweerder in de gelegenheid gesteld haar bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Van deze hoorzitting is een verslag opgesteld, in welk verslag onder meer het navolgende staat vermeld: " Project 9701 'Daglicht/kunstlicht' (…) Senter: maar wat is daarbij door u ontwikkeld. Aanvrager: wij maken niets, we zeggen daartegen wel wat derden moeten doen. Senter: wat levert u deze derden aan? Aanvrager: niets, we benoemen in ons concept alleen de benodigde componenten. Dit spelen we door aan onze opdrachtgever. We leveren dus een deel van het bestek aan. Senter: welk technisch nieuw fysiek product ontwikkelt u zo naar uw mening? Aanvrager: een systeem om effectief gebruik van zon- en daglicht te maken. (…) Senter: uw werkzaamheden zullen best innovatief voor uw bedrijf zijn maar zolang ons niet aannemelijk wordt gemaakt dat u zelf in fysieke zin iets nieuws ontwikkelt, is het moeilijk om de werkzaamheden als S&O toe te kennen. Wij vragen u niet voor niets welk technisch nieuw fysiek product u ontwikkeld. Aanvrager: wij ontwikkelen een systeem voor lichttoetreding, dat is naar onze overtuiging een technisch nieuw fysiek product. Senter: het kan zijn dat we hier met een interpretatieverschil te maken hebben. We kunnen ons voorstellen dat u het systeem als een technisch nieuw fysiek product beschouwt. Of dit in de zin van de wet ook zo is, valt nog te bezien. Dit zegt overigens niets over de innovativiteit van uw werkzaamheden. Aanvrager: u moet zich wel realiseren dat wij een bestek schrijven. Hiervan mag niet worden afgeweken tenzij voor gelijkwaardige producten wordt gekozen. Dit bestek leidt tot een fysiek eindproduct. Project 9702 'Dubo-gebouw' Senter: u heeft dit project als technisch-wetenschappelijk onderzoek aangemeld. Kunt u toelichten waarom? Aanvrager: dit project bestaat in feite uit twee deelprojecten. Het ene project is gericht op het vergaren van kennis met betrekking tot het gebruik van duurzame bouwmaterialen. Deze gegevens betrekken we van het Rijnland-gebouw. Daarnaast wordt onderzoek verricht om een methodiek te verkrijgen waardoor de milieufactor kan worden berekend. Einddoel van dit project is, door middel van de genoemde onderzoeken, vast te stellen in hoeverre het milieu door een gebouw wordt belast. Van ieder onderdeel in een gebouw dient de milieubelasting te worden berekend. Wat we dus doen is theorie en modellen ontwikkelen om de totale milieubelasting van een gebouw te kunnen berekenen. (…) Senter: wat is de technische component in het onderzoek? Aanvrager: wat bedoelt u met technisch? Senter: dat het onderzoek leidt tot inzicht in een bepaald werkingsprincipe. Aanvrager: daar is in dit onderzoek zeker sprake van. We verkrijgen inzicht in het gedrag van diverse bouwmaterialen. Project 9802 'Energie-infrastructuur' Senter: u heeft dit project als haalbaarheidsonderzoek aangemeld. (…) aan het begin van de hoorzitting hebben we u uitgelegd dat haalbaarheidsonderzoek wordt gevolgd door ontwikkelingswerk of technisch-wetenschappelijk onderzoek. Wat gebeurt er na het haalbaarheidsonderzoek, welke eigen ontwikkelingswerkzaamheden volgen er dan? Aanvrager we hebben niet gezegd dat wij daarna iets gaan ontwikkelen. Onze opdracht is gericht op het inventariseren van de energiebehoefte. (…) Indien voor een gangbaar concept wordt gekozen, volgt er geen S&O. Indien voor een andere oplossing wordt gekozen, kan er wellicht S&O volgen. (…) Project 9804 'Integratie zonne-energie toepassingen' Senter: ook dit laatste project is als haalbaarheidsonderzoek aangevraagd. Het is aan u om dit project toe te lichten. Aanvrager: componenten uit dit project zijn verweven met het eerder genoemde Ikea-project in Oosterhout. De vraag was of zonnecellen anders konden worden toegepast. Ook zijn hierbij de mogelijkheden van vloerverwarming in een asfalt dak onderzocht. Er is naar een zo goedkoop mogelijk concept gezocht. (…) Senter: welke S&O-werkzaamheden hebben er na het haalbaarheidsonderzoek plaatsgevonden. Aanvrager: we hebben door middel van wetenschappelijk onderzoek, aan de hand van modellen, de mogelijkheden tot het plaatsen van zonnecollectoren onderzocht. Het concept met betrekking tot de zonnecollectoren zien wij als ontwikkelingswerk." - Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen. 3. Het standpunt van verweerder Verweerder heeft ter toelichting op zijn standpunt dat de door appellante op haar aanvraag vermelde projecten niet kunnen worden aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk in de zin van de WVA, in het verweerschrift onder meer het navolgende aangevoerd: " Project 9701 'Daglicht/kunstlicht' (…) Concepten en systemen zijn geen fysieke producten. Mijn vragen in de bezwaarfase waren dan ook niet ingegeven door ondeskundigheid maar door bereidheid om appellante de mogelijkheid te geven aan te geven waar zij mogelijk dan wel ontwikkelingswerkzaamheden zou hebben verricht. Appelante antwoordde op de vraag: "wat is daarbij door u ontwikkeld": "wij maken niets, maar zeggen derden wat zij moeten doen"; en op de vraag: "wat levert u deze derden aan" : "niets, wij benoemen in ons concept alleen de benodigde componenten. Dit spelen wij door aan onze opdrachtgever. We leveren dus een deel van het bestek aan". Hieruit blijkt geenszins dat appellante technisch nieuwe fysieke producten ontwikkelt. Project 9702 'Dubogebouw' (…) Hieruit blijkt mijns inziens dat het onderzoek niet direct en uitsluitend gericht is op het vergroten van technisch wetenschappelijke kennis, enerzijds omdat de onderzoeksvragen niet gericht zijn op het onderzoeken van het "waarom" van bepaalde verschijnselen maar op het analyseren en rangschikken van effecten van producten en processen, anderzijds omdat het gericht is op het ontwikkelen van een methodiek. Voorts ontbreekt mijns inziens de wetenschappelijke component aangezien niet wordt gezocht naar wetmatigheden of theorieën, en ontbreekt de technische component aangezien niet een bepaald werkingsprincipe wordt onderzocht. Doel van het onderzoek is te bepalen in hoeverre het milieu gedurende de gehele levensduur van een gebouw wordt belast om aldus te komen tot een standaardmethodiek/model om de milieubelasting van een (onderdeel van een) gebouw te kunnen berekenen. Hierbij ziet de methodiek/model wel op fysieke verschijnselen, echter slechts op de berekening van de milieubelasting, en niet op het verwerven van technisch nieuwe kennis die mogelijk een praktische toepassing zou kunnen vinden in nieuwe fysieke producten of productieprocessen. Hiermee is het onderzoeksproject niet aan te merken als technisch in de zin van de Wet. (…) Project 9802 'Energie-infrastructuur' (…) Zoals in mijn beschikking op het bezwaarschrift is uiteengezet volgt uit de Wet dat een haalbaarheidsstudie voorafgaat aan een voorgenomen S&O-project. Uit de tekst en systematiek van de Wet volgt eveneens dat het daarbij moet gaan om een voor de aanvrager voorgenomen S&O-traject. Hiervan is in het geval van appellante geen sprake, nu het eventueel op de haalbaarheidsstudie volgende speur- en ontwikkelingswerk niet door appellante wordt uitgevoerd en aldus ook geen voor appellante voorgenomen S&O betreft. De uitzondering hierop wordt gevormd door een haalbaarheidstudie, welke in zichzelf speur- en ontwikkelingswerk betreft. Nu appellantes werkzaamheden bestaan uit het inventariseren van energiebehoeftes en het onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van bepaalde technieken betreft het hier eveneens geen speur- en ontwikkelingswerk. Er is immers geen sprake van de ontwikkeling van een technisch nieuw fysiek product of technisch wetenschappelijk onderzoek. Overigens merk ik nog op dat appellantes opmerking in haar beroepschrift dat er nog steeds de intentie bestaat om technisch nieuwe producten of processen te ontwikkelen niet geheel strookt met haar opmerkingen tijdens de hoorzitting. Tijdens de hoorzitting is aangegeven dat indien er, na appellantes inventarisatie van de energiebehoeftes, voor een gangbaar concept wordt gekozen, er in het geheel geen S&O volgt. Project 9804 'Integratie zonne-energetische toepassingen' (…) Gezien het feit dat project 9804 is aangevraagd en toegelicht als haalbaarheidsstudie verwijs is tevens naar wat ik hierboven heb opgemerkt bij project 9802." 4. Het standpunt van appellante Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep in haar beroepschrift onder meer het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd: " 9701 Daglicht/kunstlicht Nieuwe systemen zijn ontwikkeld waarbij het fysieke produkt in het gebouw is geïntegreerd. Het vanuit een doelstelling ontwikkelen van dit nieuwe fysieke produkt resulteert in een nieuwe gecombineerde daglicht/kunstlichtinstallatie waarbij het voor ondeskundigen moeilijk blijkt dit als één produkt op te vatten daar de onderdelen als armaturen, daglichtsturingslamellen en regelcomponenten op diverse plaatsen in het gebouw zijn geïntegreerd. (…) De hierbij gehanteerde werkwijze is, zoals reeds aangegeven,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.