College van Beroep voor het bedrijfsleven No. AWB 00/182 12 december 2001 4240 Uitspraak in de zaak van: A, h.o.d.n. Handelskwekerij A Bloemen, te B, appellant, tegen het Produktschap Tuinbouw, te Zoetermeer, verweerder, gemachtigde: mr H.J.E. Wilms van Kersbergen, werkzaam bij verweerder. 1. De procedure Op 23 februari 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 3 februari 2000. Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellant heeft gemaakt tegen verweerders besluit van 16 december 1999, waarbij aan hem een heffing is opgelegd van fl. 1990,11. Verweerder heeft op 17 april 2000 een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2001 alwaar partijen hun standpunt nader hebben toegelicht, appellant in persoon en verweerder bij monde van zijn gemachtigde. 2. De grondslag van het geschil 2.1 De op 9 december 1975 vastgestelde Verordening PVS Vakheffing Bloemkwekerij-produkten 1976 ( hierna: de Verordening Vakheffing), luidt, zoals nadien gewijzigd en voorzover hier van belang, als volgt: " Artikel 2 1. Iedere kweker, onderscheidenlijk iedere importeur van bloemkwekerijprodukten en/of uitgangsmateriaal is verplicht over de door hem in enig kalenderjaar verhandelde - voorzover door hem gekweekte - onderscheidenlijk door hem in het desbetreffende kalenderjaar geïmporteerde bloemkwekerijprodukten en/of uitgangsmateriaal, aan het PVS een heffing te betalen ten bedrage van het hieronder genoemde heffingspercentage van het verkoopbedrag van de door hem in dat jaar verhandelde, onderscheidenlijk van de invoerwaarde van de door hem in dat jaar geïmporteerde bloemkwekerijprodukten en/of uitgangsmateriaal: tot 1996 in 1996 in 1997 in 1998 en volgende jaren bloemkwekerij- 0,8% 0,95% 1,05% 1,15% produkten uitgangsmateriaal 0,8% 0,675% 0,725% 0.775% (…) 5. Een ieder die over door hem verhandelde bloemkwekerijprodukten de heffing terzake van de "Blumenwerbung" is verschuldigd ontvangt van het PVS een restitutie ter grootte van die heffing met een maximum van 0,1% van de waarde van vorenbedoelde bloemkwekerijprodukten, mits hij aan de hand van bewijsstukken aan en ten genoegen van het PVS aantoont: a. dat hij die heffing heeft betaald; b. dat hij over vorenbedoelde door hem verhandelde bloemkwekerijprodukten de vakheffing was verschuldigd. (…) Artikel 6 Een kweker, onderscheidenlijk een importeur van bloemkwekerijprodukten wordt geacht, indien hij door hem gekweekte, onderscheidenlijk geïmporteerde bloemkwekerijprodukten door tussenkomst van een veiling verhandelt, aan zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 2 ten aanzien van de op vorenbedoelde wijze verhandelde produkten te hebben voldaan, indien hij de desbetreffende veiling heeft gemachtigd namens hem aan het PVS de door hem verschuldigde heffing te voldoen en deze heffing door het PVS is ontvangen. Artikel 7 1. Iedere verkoper van bloemkwekerijprodukten heeft het recht aan de afnemers van door hem gekweekte bloemkwekerijprodukten onderscheidenlijk van door hem rechtstreeks doorverhandelde bloemkwekerijprodukten, het hieronder genoemde heffingspercentage van het verkoopbedrag der door hem aan die afnemers verhandelde bloemkwekerijprodukten in rekening te brengen: tot 1996 in 1996 in 1997 in 1998 en vol- gende jaren bloemkwekerij- 0,35% 0,425% 0,475% 0,525% produkten 2. Indien een verkoper van bloemkwekerijprodukten, van het hem in het vorige lid toegekende recht gebruik maakt, zijn de desbetreffende afnemers verplicht het aan hen krachtens het bepaalde in het vorige lid in rekening gebracht, aan die verkoper te voldoen." 2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan. - Bij nota van 16 december 1999 heeft verweerder appellant over het jaar 1998 op grond van de Verordening Vakheffing een heffing opgelegd van totaal fl. 1990,11. Dit bedrag is opgebouwd uit fl. 1310,53 voor verkopen via Duitse veilingen, fl. 16,21 voor verkopen aan particulieren en fl. 663, 37 als voorschot voor het jaar 1999. - Bij brief van 3 januari 2000 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het gedeelte van de nota waarbij hem een heffing wordt opgelegd voor verkopen via Duitse veilingen. Bij brief van 24 januari 2000 heeft appellant kenbaar gemaakt een mondelinge behandeling van zijn bezwaren niet nodig te achten. - Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen. 3. Het bestreden besluit Het bestreden besluit houdt voorzover van belang - samengevat - het volgende in. Ingevolge de Verordening Vakheffing is de kweker een heffing verschuldigd over alle door hem in enig kalenderjaar gekweekt(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.