← Nederland

ECLI:NL:CBB:2005:AU8623

lege van Beroep voor het bedrijfsleven Nrs. 05/83, 05/85, 05/86 en 05/88 22 december 2005 15333 Telecommunicatiewet EDC-kostentoerekeningssysteem Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van d

terne notities betreft. OPTA heeft het College verzocht deze stukken terug te zenden. Bij brief van 8 december 2005 heeft OPTA het College verzocht de laatste pagina van stuk B20 inzake EDC V evenmin aan te merken als een op de zaken betrekking hebbend stuk. Het College zal de betreffende stukken terugzenden aan OPTA, zodat de vraag of beperking van de kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd is geen beantwoording behoeft. 2.4 Het College stelt vast dat OPTA de op 11 november 2005 ingediende "openbare versies" van B-stukken heeft vervangen door op 22 november 2005 ingediende stukken. Gelet hierop zal het College bij de beoordeling of beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, geen acht slaan op de op 11 november 2005 ingediende stukken en deze terugzenden. 2.5 De door het College te nemen beslissing op het verzoek om beperking van de kennisneming vergt een afweging van belangen. Enerzijds is hierbij aan de orde het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor de beoordeling van de beroepen relevante informatie, alsook het belang dat de rechter beschikt over alle informatie die nodig is om de hem voorgelegde zaken op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Anderzijds speelt een rol dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een partij, in dit geval vooral KPN, onevenredig kan schaden, terwijl OPTA er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. OPTA stelt zich op het standpunt dat de in § 2.1 en § 2.2 genoemde stukken bedrijfsvertrouwelijke informatie of anderszins concurrentiegevoelige gegevens bevatten. Artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) bepaalt dat het verstrekken van dergelijke informatie ingevolge deze wet in dat geval achterwege blijft. OPTA heeft voorts gewezen op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, Wob, waarin is bepaald dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet eveneens achterwege blijft, voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. 2.5.1 Het College heeft OPTA gevraagd de mededeling als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, Awb nader toe te lichten. Met betrekking tot een aantal stukken, in het bijzonder standpuntbepalingen van ondernemingen, was het College niet op voorhand duidelijk dat sprake is van bedrijfsvertrouwelijke informatie waarvan uitsluitend het College kennis dient te nemen. Het College stelt vast dat OPTA, mede in reactie op het verzoek om toelichting, alsnog openbare versies van de meeste vertrouwelijk overgelegde stukken heeft vervaardigd, zodat thans aanmerkelijk meer informatie toegankelijk is voor partijen. OPTA stelt zich op het standpunt dat de tekstgedeelten die in de op 17 en 22 november 2005 ingediende stukken onleesbaar zijn gemaakt vertrouwelijk moeten blijven. Met betrekking tot enkele stukken heeft OPTA zich op het standpunt gesteld dat deze in hun geheel als bedrijfsvertrouwelijk moeten worden aangemerkt, zodat het vervaardigen van een openbare versie niet mogelijk is. 2.5.2 Voorts is OPTA gevraagd hoe de mededeling als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, Awb zich verhoudt tot het bepaalde in artikel 7, vijfde lid, van (de per 25 juli 2003 ingetrokken) Richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied, wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision (Pb 1997, L 199, blz. 32; hierna: Interconnectierichtlijn) en bijlage V van deze richtlijn. In haar brief van 28 oktober 2005, die zij in kopie aan de andere partijen heeft toegezonden, heeft OPTA zich op het standpunt gesteld dat de Interconnectierichtlijn weliswaar voorschrijft dat informatie over de elementen van het kostentoerekeningssysteem openbaar is, maar dat uit deze richtlijn niet volgt dat ook de informatie waarmee deze elementen worden "gevuld" openbaar moet worden gemaakt. OPTA heeft in dit verband gewezen op de Aanbeveling van de Commissie van 8 april 1998 inzake interconnectie in een geliberaliseerde telecommunicatiemarkt (Deel 2 - Scheiding van boekhoudingen en kostenberekeningen) (Pb 1998, L 141, blz. 6; Aanbeveling 98/322/EG), waarin onder punt 7.6 is vermeld dat informatie waarvan is aangetoond dat deze commercieel vertrouwelijk is niet mag worden gepubliceerd. Naar het oordeel van het College stelt OPTA zich terecht op het standpunt dat uit de Interconnectierichtlijn niet voortvloeit dat concurrenten van KPN kennis moeten kunnen nemen van de gegevens waarmee de elementen uit de kostentoerekeningssystemen van KPN worden "gevuld". In Aanbeveling 98/322/EG is onder punt 7 weliswaar overwogen dat de doorzichtigheid wordt verhoogd door de publicatie van gedetailleerde kostenstaten door de aangemelde exploitant waaruit de gemiddelde kosten van netwerkcomponenten blijken, alsmede het vertrouwen van de concurrenten dat er geen mededingingvervalsende kruissubsidiëring plaatsvindt, maar uit de Interconnectierichtlijn noch uit Aanbeveling 98/322/EG vloeit voort dat een dergelijke publicatie ook verplicht is indien sprake is van bedrijfsvertrouwelijke informatie. 2.5.3 Tenslotte heeft het College OPTA een aantal specifieke vragen gesteld. Het antwoord op deze vragen ligt grotendeels besloten in het alsnog indienen van openbare versies van de vertrouwelijk overgelegde stukken (§ 2.5.1) en in het standpunt van OPTA over de betekenis van artikel 7, vijfde lid, van de Interconnectierichtlijn en bijlage V bij deze richtlijn (§ 2.5.2). Het College stelt vast dat een aantal van de bij brief van 26 september 2005 gestelde vragen ook in de brief van 8 december 2005 van OPTA niet of niet voldoende is beantwoord. Het betreft bijvoorbeeld de vraag waarom stuk B116 inzake EDC II vertrouwelijk moet worden behandeld. 2.6 Met betrekking tot de volgende stukken behoeft de vraag of beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, geen beantwoording, omdat OPTA een openbare versie heeft ingediend waarin geen gegevens onleesbaar zijn gemaakt. EDC II: B14, B18, B25, B28, B33, B50, B53, B69. EDC III: niet van toepassing. EDC IV: B14, B15, B16, B17, B114. EDC V: B7, B9, B18, B29, B105 met dien verstande dat de bijlagen van stuk B105 niet achter stuk B105 zijn gevoegd, maar zich elders in de rechtbankdossiers bevinden. Voorzover aldaar sprake is van een mededeling als bedoeld in de zin van artikel 8:29, eerste lid, Awb, bijvoorbeeld met betrekking tot stuk B84 inzake EDC V, wordt de vraag of beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, in dat kader beantwoord. 2.7 De vraag of beperking van de kennisneming van de bijlage van stuk B6 inzake EDC V gerechtvaardigd is, kan niet worden beantwoord, omdat deze bijlage zich niet bij de door de rechtbank aan het College toegezonden stukken bevindt en uit navraag is gebleken dat OPTA dit stuk (vooralsnog) niet in haar archieven heeft aangetroffen. 2.8 Naar het oordeel van het College is de door OPTA in deze zaken gevraagde beperking van de kennisneming in beginsel niet gerechtvaardigd wat betreft (a) in brieven of gespreksverslagen genoemde namen, (b) gegevens die ook in andere stukken voorkomen, terwijl in dat verband geen mededeling inzake beperking van de kennisneming is gedaan, (c) meningen en standpunten van partijen en derden, behalve indien en voorzover daaruit bedrijfsvertrouwelijke gegevens van die partij of derde blijken en (d) gegevens die van algemene bekendheid zijn, bijvoorbeeld omdat ze uit openbare stukken blijken. Mede in dit licht bezien acht het College beperking van de kennisneming van de volgende stukken of delen daarvan niet gerechtvaardigd. EDC II: B3, B6 met uitzondering van het door KPN genoemde tarief (twee keer vermeld), B17, B35 de onleesbaar gemaakte tekstgedeelten op bladzijde 1 en onder 5 ("From HCA to CCA"), B61 met uitzondering van het op bladzijde 3 genoemde bedrag, B62 zie B35, B70 het onleesbaar gemaakte tekstgedeelte op bladzijde 6, B72, B75 en B76 de onleesbaar gemaakte gegevens in "Table 3" op bladzijde 8, B84 zie B61, B86 met uitzondering van de genoemde percentages, B90 met uitzondering van de genoemde bedragen, B91, B107, B110, B113, B116, B131 de onleesbaar gemaakte tekstgedeelten op bladzijde 41 van annex I, B161 de onleesbaar gemaakte tekstgedeelten op bladzijde 38 van annex I, B189 zie B131. EDC III: B3, B66 met uitzondering van (-) de met de stukken B131, B161 en B189 inzake EDC II corresponderende passages uit annex II en (-) de twee op annex II volgende stukken, waarvan het eerste twee bladzijden telt en het tweede één, B69 (-) onder punt 9, (-) de eerste en laatste zin van de tweede alinea onder punt 11 en (-) de eerste vier alsmede de laatste drie zinnen onder punt 13. (Van de stukken B66 en B69 is geen openbare versie bij het College ingediend; deze stukken corresponderen als gezegd niet met de stukken A66 en A69 inzake EDC III.) EDC IV: B1 bijlagen B en C bij annex I, de in de bij brief van 22 november 2005 door OPTA bij het College ingediende openbare versie van de betreffende besluiten onleesbaar gemaakte tekstgedeelten die wél leesbaar zijn in de op de website van OPTA gepubliceerde openbare versie en in het door OPTA aan de rechtbank toegezonden stuk A1 inzake EDC IV, (-)

§ 2

.6 van annex 7 genoemde percentage, (-) het eerste in § 3.1 van annex 7 genoemde percentage, (-)

§ 3

.6 van annex 7 genoemde percentage, (-) de in § 2.5.1 en 2.5.2 van annex 8 genoemde percentages en (-) annex 11 met uitzondering van de daarin genoemde bedragen, getallen en percentages, B2 de in hoofdstuk 6 genoemde looptijd, B7 met uitzondering van de in de annexen genoemde bedragen en percentages, B12 uitsluitend de onleesbaar gemaakte tekst op bladzijde 1 van de diverse verslagen, B13, B18 de in § 1.6 genoemde conversiekoers, B22 het onleesbaar gemaakte tekstgedeelte op bladzijde 5, B27 de onleesbaar gemaakte tekst op (-) bladzijde 1, (-) bladzijde 5 onder het kopje "Friaco" en (-) bladzijde 8 onder het kopje "overig", B30 de onderaan bladzijde 3 genoemde koers, B43, B46, B47 en B48 de in de bij het College ingediende openbare versie van het betreffende besluit onderscheidenlijk motivering van dat besluit onleesbaar gemaakte tekstgedeelten die wél leesbaar zijn in de op de website van OPTA gepubliceerde openbare versies en in de door OPTA aan de rechtbank toegezonden stukken A47 en A48 inzake EDC IV, B49 het faxbericht (één bladzijde) waarbij de bijbehorende brief aan OPTA is toegezonden, B104 met uitzondering van

paragraaf 7 genoemde aantal mutaties en het bedrag aan meerkosten en B116 met uitzondering van de onder het kopje "Tarieven CPS originating" genoemde bedragen. EDC V: B2 (-) de tekst onder het kopje "Toelichting op het verloop van de indices" in § 4.3 en § 4.4 van annex 6, (-) de eerste drie regels onder het kopje "Toelichting op het verloop van de indices" in § 4.5 van annex 6, (-) de tweede alinea onder het kopje "Prijsindex" in § 4.6.3 van annex 6 en (-)

§ 2

.5.2 van annex 8 genoemde percentage, B39 (op de website van OPTA gepubliceerd, waarbij geen gegevens onleesbaar zijn gemaakt), B42 met uitzondering van de op de website van OPTA gepubliceerde openbare versie van de motivering van het besluit van 27 juni 2002 onleesbaar gemaakte gegevens, B84 de aanbiedingsbrief van 12 september 2002 (één bladzijde). 2.9 Het College acht beperking van de kennisneming van de resterende stukken of delen daarvan gerechtvaardigd. Het merkt voor de goede orde op dat, voorzover OPTA van die stukken een openbare versie heeft vervaardigd, beperking van de kennisneming uitsluitend gerechtvaardigd is met betrekking tot de in de openbare versies onleesbaar gemaakte of weggelaten tekstgedeelten. 2.10 Het College zal de in § 2.3, § 2.4 en § 2.6 genoemde stukken terugzenden aan OPTA. OPTA wordt verzocht de in § 2.8 genoemde stukken, voorzover het stukken betreft ten aanzien waarvan beperking van de kennisneming in het geheel niet gerechtvaardigd is geoordeeld, binnen twee weken na heden aan de andere partijen toe te zenden en het College mededeling te doen van deze toezending. OPTA wordt verzocht binnen twee weken na heden een versie van de andere in § 2.8 genoemde stukken te vervaardigen en aan zowel het College als de andere partijen toe te zenden, waarin uitsluitend de tekstgedeelten ten aanzien waarvan beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geoordeeld onleesbaar zijn gemaakt. 2.11 Artikel 8:29, vijfde lid, Awb strekt er blijkens de wetsgeschiedenis toe dat de bestuursrechter niet tegen de wil van partijen uitspraak doet op grondslag van stukken die zij niet kennen. Het toestemmingsvereiste geldt derhalve niet ten aanzien van een partij die de stukken al kent. Alle andere partijen dan OPTA wordt verzocht het College binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de stukken of delen van stukken ten aanzien waarvan beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geoordeeld uitspraak doet op hun hoger beroep - dit onderdeel van het verzoek heeft geen betrekking op UPC, omdat op haar hoger beroep al uitspraak is gedaan - en op de hoger beroepen in de zaken waarin zij partij zijn, voorzover het (delen van) stukken betreft waarvan de inhoud niet bij hen bekend is. 3. De beslissing Het College: - bepaalt dat de vraag of beperking van de kennisneming van de in § 2.3, § 2.4 en § 2.6 genoemde stukken of delen daarvan gerechtvaardigd is geen beantwoording behoeft; - stelt vast dat de vraag of beperking van de kennisneming de in § 2.7 genoemde bijlage gerechtvaardigd is niet kan worden beantwoord; - beslist dat beperking van de kennisneming van de in § 2.8 genoemde stukken of delen daarvan niet gerechtvaardigd is; - beslist dat beperking van de kennisneming van de in § 2.9 bedoelde stukken of delen daarvan gerechtvaardigd is, met dien verstande dat, voorzover OPTA van de betreffende stukken een openbare versie heeft vervaardigd, beperking van de kennisneming uitsluitend gerechtvaardigd is met betrekking tot de in de openbare versies onleesbaar gemaakte of weggelaten tekstgedeelten; - bepaalt dat de in § 2.3, § 2.4 en § 2.6 genoemde stukken worden teruggezonden aan OPTA; - verzoekt OPTA de in § 2.8 genoemde stukken, voorzover het stukken betreft ten aanzien waarvan beperking van de kennisneming in het geheel niet gerechtvaardigd is geoordeeld, binnen twee weken na heden aan de andere partijen toe te zenden en het College mededeling te doen van deze toezending; - verzoekt OPTA binnen twee weken na heden een versie van de andere in § 2.8 genoemde stukken te vervaardigen en aan zowel het College als de andere partijen toe te zenden, waarin uitsluitend de tekstgedeelten ten aanzien waarvan beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geoordeeld onleesbaar zijn gemaakt; - verzoekt alle andere partijen dan OPTA het College binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de stukken of delen van stukken ten aanzien waarvan beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geoordeeld uitspraak doet op hun hoger beroep - hetgeen geen betrekking heeft op UPC, omdat op haar hoger beroep al uitspraak is gedaan - en op de hoger beroepen in de zaken waarin zij partij zijn, voorzover het (delen van) stukken betreft waarvan de inhoud niet bij hen bekend is. Aldus gewezen door mr. J.A. Hagen, mr. C.M. Wolters en mr. E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van mr. B. van Velzen als griffier. w.g. J.A. Hagen w.g. B. van Velzen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.