College van Beroep voor het bedrijfsleven (zesde enkelvoudige kamer) AWB 11/397 5 april 2012 27301 Kaderwet EZ-subsidies Besluit stimulering duurzame energieproductie (SDE) PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van 5 april 2012 van de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de zaak van: A B.V. te B, appellante, gemachtigde: C, bestuurder van appellante tegen de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder, gemachtigde: mr. C. Cromheecke, werkzaam bij Agentschap NL. Zitting hebben: mr. M. Munsterman, voorzitter, mr. O.C. Bos, griffier. Procedure Appellante heeft op 1 april 2008 een subsidieaanvraag ingediend voor 2 windturbines aan de D in B. Bij besluit van 3 juli 2008 heeft verweerder deze subsidie verleend. Bij besluit van 26 augustus 2010 heeft verweerder deze subsidieverlening ingetrokken. Op 2 september 2010 heeft appellante een nieuwe aanvraag voor subsidie gedaan voor 2 windturbines aan de E in B. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat er sprake zou zijn van dezelfde productie-installatie waarvoor in 2008 reeds subsidie is verleend. Bij besluit van 14 april 2011 heeft verweerder het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Hiertegen is het beroep van appellante gericht. Ter zitting op 5 april 2012 zijn de gemachtigden van partijen verschenen. Voor verweerder is voorts verschenen F. Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten, heeft de enkelvoudige kamer in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Gronden Het draait in deze zaak om de vraag of er een toezegging door een medewerker van verweerder is gedaan inhoudende dat er positief zou worden beslist op een nieuwe aanvraag van appellante en om de vraag of er sprake is van dezelfde productie-installatie als waarvoor eerder subsidie is verleend. Toezegging? Uit een telefoonnotitie van 2 juni 2010 die zich in het dossier bevindt, blijkt dat er door een medewerker van verweerder met appellante gesproken is over de verschillende opties en de voorwaarden waaraan een nieuw project moet voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen. Niet blijkt dat toen door de medewerker gezegd is dat positief zou worden beslist op een nieuwe aanvraag. Appellante heeft ook geen nadere onderbouwing gegeven van haar stelling dat een dergelijke toezegging is gedaan en in het dossier zijn verder geen stukken aangetroffen die deze stelling ondersteunen. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het College door appellante niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde toezegging is gedaan. Dezelfde productie-installatie? Uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie volgt - kort gezegd - dat geen subsidie wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds eerder op grond van dit besluit subsidie is verstrekt. De Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie bepaalt (in artikel 11) dat als het een productie-installatie op een andere locatie betreft, het een andere opwekkingtechnologie betreft dan wel het vermogen meer dan 20% afwijkt ten opzichte van het vermogen van de installatie waarvoor eerder subsidie is verstrekt, geen sprake is van dezelfde productie-installatie. De aanvraag uit 2008 en de daarop volgende subsidieverlening betreft de productie van elektriciteit door 2 windturbines aan de D te B met kadastrale aanduiding G. De onderhavige aanvraag
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.