College van Beroep voor het bedrijfsleven AWB 11/858 31 januari 2014 20150 Uitspraak op het hoger beroep van: EKO Blok B.V., gevestigd te Apeldoorn, Carbo Group B.V., gevestigd te Almelo,Densi Tech B.V., gevestigd te Enschede, [naam 1], te Ambt Delden, CIMIJO BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, [naam 2], te Amsterdam, en [naam 3], te IJhorst, appellanten van een uitspraak van de accountantskamer van 5 september 2011, met nummer 10/1789 Wtra AK.Gemachtigde: mr. F.J. Schoute, advocaat te Amsterdam. 1Het procesverloop in hoger beroep Appellanten hebben bij brief van 14 oktober 2011, bij het College binnengekomen op diezelfde datum, hoger beroep ingesteld tegen bovenvermelde uitspraak van de accountantskamer, gegeven op een klacht, op 20 oktober 2010 door appellanten ingediend tegen [naam 4] (hierna ook genoemd: betrokkene). De accountantskamer heeft bij brief van 23 januari 2012 de stukken doen toekomen aan de griffier van het College. Bij brief van 3 mei 2012 heeft betrokkene gereageerd op het beroepschrift.Op 25 juni 2013 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. Van de zijde van appellanten is verschenen [naam 1], bijgestaan door de gemachtigde en door [naam 5].Voor betrokkene is verschenen mr. J.F. Garvelink, advocaat te Amsterdam, bijgestaan door [naam 6]. 2De uitspraak van de accountantskamer Bij de bestreden uitspraak heeft de accountantskamer de klacht van appellanten gedeeltelijk gegrond verklaard en betrokkene de maatregel van waarschuwing opgelegd. Ter zake van de formulering van de klacht door de accountantskamer, de beoordeling van deze klacht en de daarbij in aanmerking genomen feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de inhoud van de bestreden uitspraak van de accountantskamer (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0192), die als hier ingelast wordt beschouwd. 3De beoordeling van het hoger beroep 3.1 Betrokkene is verbonden aan [bedrijfsnaam] en heeft de geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening van EKO Blok B.V. over het boekjaar 2005/2006 en de jaarrekening van Carbo Group B.V. over datzelfde jaar gecontroleerd. EKO Blok B.V. had alle aandelen van Carbo Group B.V. in bezit. Betrokkene heeft op 18 december 2006 een goedkeurende verklaring afgegeven bij de geconsolideerde en de enkelvoudige jaarrekening van EKO Blok B.V.. De geconsolideerde en de enkelvoudige jaarrekening van EKO Blok B.V. en de jaarrekening van Carbo Group B.V. over het boekjaar 2006/2007 zijn gecontroleerd door een kantoorgenoot van betrokkene, [naam 7]. Die heeft op 17 juli 2008 een goedkeurende verklaring afgegeven bij de geconsolideerde en de enkelvoudige jaarrekening van EKO Blok B.V..De directie van EKO Blok B.V. heeft betrokkene op 14 augustus 2009 opdracht verleend onderzoek te doen naar de financiële gevolgen van een voorgenomen herstructurering. Hij heeft daarover op 21 augustus 2009 in concept aan EKO Blok B.V. gerapporteerd (“tussentijdse rapportering van feitelijke bevindingen inzake herstructurering financiële positie Eko Blok B.V. en Carbo Group B.V.”). In een bijlage bij dit concept-rapport is een herziene geconsolideerde balans van EKO Blok B.V. per 30 september 2007 en een toelichting daarop opgenomen. 3.2 De accountantskamer is van oordeel dat betrokkene bij het afgeven van de goedkeurende verklaring bij de jaarrekening over het boekjaar 2005/2006 artikel 11 van de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994 (GBR-1994) onvoldoende in acht heeft genomen, en heeft de klacht in zoverre gegrond verklaard. De klacht dat het door betrokkene opgestelde conceptrapport ondeugdelijk is omdat hij daarbij de door zijn kantoorgenoot gecontroleerde jaarrekeningen over het boekjaar 2006/2007 tot uitgangspunt heeft genomen en geen acht heeft geslagen op de schadeclaim van Rheinbraun Brennstoff GmbH (hierna: Rheinbraun), is door de accountantskamer ongegrond verklaard. De accountantskamer is van oordeel dat niet valt in te zien dat betrokkene door de jaarrekeningen over het boekjaar 2006/2007 mede ten grondslag te leggen aan zijn conceptrapport heeft gehandeld in strijd met enige voor hem geldende (gedrags)regel. Naar het oordeel van de accountantskamer kon niet van hem worden verlangd dat hij in het kader van zijn opdracht zelfstandig zou onderzoeken of de waarderingen van door appellanten genoemde posten in deze jaarrekeningen juist waren en of de door Rheinbraun geclaimde schadevergoeding in die jaarrekeningen had moeten worden verwerkt of toegelicht. Deze benadering is volgens de accountantskamer in lijn met de regel van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (NVCOS) 4400 (opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie). 3.3 Appellanten hebben – samengevat weergegeven – als grief aangevoerd dat betrokkene ten tijde van het uitbrengen van het rapport op de hoogte was van het feit dat de jaarrekening 2006/2007 ten onrechte was gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit en van de problematiek voortvloeiend uit de brand bij Rheinbraun. Dit blijkt volgens hen onder andere uit zijn overleg hieromtrent op 3 oktober 2008 met zijn voornoemde collega [naam 7]. Appellanten verwijzen in dit verband naar een factuurspecificatie van 3 februari 2009 waarin onder “Overige werkzaamheden 2008” staat vermeld “Besprekingen en aantekeningen, […], [naam 4] 2x tel. overleg ML inz. Brandschade en kredietopzegging, 03-10-2008 […]”. Appellanten voeren voorts aan dat betrokkene bij de totstandkoming van de jaarrekening 2006/2007 betrokken was als opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar. Tevens is volgens hen van belang dat betrokkene in de jaarrekening over het voorafgaande boekjaar 2005/2006 een foute waardering van vorderingen op deelnemingen tot substantiële bedragen heeft aanvaard en een goedkeurende verklaring heeft afgegeven. Deze vorderingen komen vrijwel ongewijzigd voor in de jaarrekening over het boekjaar 2006/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.