uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 08/796 15323 Uitspraak op het hoger beroep van: Broadcast Newco Two B.V. (BNT), te Terneuzen, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 oktober 2008 in het geding tussen BNT en de Minister van Economische Zaken (de minister) en als derde partij: Digitenne Holding B.V. (Digitenne) gemachtigden van BNT: mr. G-J. Zwenne en mr. A.J. Dunnik gemachtigde van de minister: mr. A.J. Boorsma gemachtigde van Digitenne: mr. L.P.W. Mensink Procesverloop in hoger beroep Appellante heeft op 22 oktober 2008 hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2008:BM8038). De minister heeft verweer gevoerd. Digitenne heeft een zienswijze ingediend. Op 19 december 2013 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij de gemachtigden van partijen hun standpunten hebben toegelicht. Grondslag van het geschil 1.2 Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende. 1.3 Digital Video Broadcasting-Terrestial (DVB-T) is de standaard voor uitzending van digitale televisie via de ether. Op 31 januari 2002 is aan Digitenne tot 1 februari 2017 vergunning verleend voor het gebruik van de frequentieruimte binnen het bereik 470-862 MHz, bestemd voor DVB-T. Deze vergunning is verleend op basis van een vergelijkende toets, waarbij Digitenne de enige aanvrager was. Deze vergunning is in rechte onaantastbaar. Bij besluit van 10 oktober 2006 heeft de minister op aanvraag van Digitenne de in 2002 verleende vergunning gewijzigd. Aan deze wijziging heeft de minister ten grondslag gelegd dat een doelmatig gebruik van het frequentiespectrum dit vordert, zoals bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, aanhef en onder c, van de Telecommunicatiewet (Tw). Digitenne heeft, zoals bij de wijziging is voorgeschreven, (partiële) zenderplannen voor de ingebruikneming van de frequentieruimte ter goedkeuring aan de minister voorgelegd. Deze zenderplannen zijn bij besluiten van 2 november 2006, 30 november 2006, 21 december 2006 en 29 januari 2007 goedgekeurd. Door middel van de goedkeuringsbesluiten zijn concrete frequenties en opstelpunten gewijzigd of toegevoegd en heeft een indeling in allotments plaats gevonden. 1.4 Tegen de vergunningswijziging en de daarop volgende goedkeuringsbesluiten van de zenderplannen van Digitenne, heeft BNT bezwaar gemaakt. Het inleidende beroep van BNT richt zich tegen de ongegrondverklaring van haar bezwaren bij besluiten van 16 mei 2007. De uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep gericht tegen de wijziging van de vergunning ongegrond verklaard. De beroepen tegen twee van de vier besluiten tot goedkeuring van de zenderplannen, zijn gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, de beroepen gericht tegen de overige twee goedkeuringsbesluiten, zijn ongegrond verklaard. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten zijn door de rechtbank geheel in stand gelaten. De standpunten van partijen Het standpunt van BNT 3.1.1 BNT heeft desgevraagd bevestigd dat haar hoger beroep zich niet richt tegen de gehele aangevallen uitspraak. Voor zover de rechtbank haar beroep gegrond heeft verklaard en twee goedkeuringsbesluiten heeft vernietigd, richt haar hoger beroep zich uitsluitend tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten. BNT onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat zij belanghebbende is omdat zij, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, moet worden aangemerkt als concurrent van Digitenne. Daarbij is volgens BNT van belang dat de DVB-T frequenties ook worden gebruikt voor het verspreiden van radiosignalen. 3.1.2 De kern van het door BNT in hoger beroep aangevoerde standpunt is dat er sprake is van een uitbreiding van de in 2002 verleende vergunning en niet van een wijziging van deze vergunning. Het wijzigingsbesluit – dat volgens BNT moet worden gekwalificeerd als een uitbreidingsbesluit – stelt Digitenne in staat landelijk bereik te realiseren, hetgeen daarvoor niet mogelijk was. De toename van het bereik varieert volgens BNT van 10% tot bijna 40% per multiplex. De frequentieruimte die bij de wijziging is verleend was eerder niet beschikbaar en het reserveren van frequentieruimte, door het al van te voren uit te geven, is niet toegestaan, zoals volgt uit hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet (Tw) en het Frequentiebesluit (Fb). De frequenties die ten tijde van de vergunningverlening in 2002 nog gecoördineerd moesten worden, kunnen daarom volgens BNT niet als in 2002 verleend worden beschouwd, nu daar destijds te weinig duidelijkheid over bestond. Welke frequenties beschikbaar zouden komen stond immers toen nog niet vast. Verlening daarvan is volgens BNT ook in strijd met het transparantievereiste dat volgens onder meer de Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de Machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en –diensten (Machtigingsrichtlijn) geldt voor de verdeling van frequentieruime. Dit alles leidt er volgens BNT toe dat hier sprake is van een betekenende uitbreiding van het verzorgingsgebied. De frequenties hadden daarom op de voet van artikel 3.3 van de Tw (op basis van een vergelijkende toets) moeten worden uitgegeven, . BNT verwijst in dat verband naar een uitspraak van het College van 26 april 2007 (ECLI:NL:CBB:2007:BA3858). Artikel 3.7 van de Tw biedt geen grondslag voor de facto uitbreiding van de frequentieruimte en is gebruikt in strijd met het doel waarvoor de bevoegdheid is gegeven. Bovendien volgt uit artikel 3.7 tweede lid, aanhef en onder f, van de Tw dat een wijziging niet plaats mag hebben indien de daadwerkelijke mededinging daardoor in aanzienlijke mate wordt beperkt, hetgeen met deze wijziging volgens BNT het geval is. Digitenne heeft met de uitbreiding van de frequenties, nu daarmee ook DVB-H (Digital Video Broadcasting – Handhelds) kan worden aangeboden, in feite een monopoliepositie op de markt voor digitale ethertelevisie bereikt. Bovendien is er sprake van ongeoorloofde staatssteun gelet op de lage vergoeding die Digitenne voor het gebruik van de frequentieruimte verschuldigd is. 3.1.3 Ter zitting heeft BNT er nog op gewezen dat de behandeling van haar zaak dermate lang heeft geduurd dat de redelijke termijn overschreden is. Op het moment dat uitspraak wordt gedaan is, exclusief de periode waarover BNT met uitstel heeft ingestemd, de (totale) termijn van vijf jaar, die voor een procedure als deze als redelijk wordt beschouwd, met meer dan een jaar overschreden, Om die reden verzoekt BNT om toekenning van een schadevergoeding van € 1500,-. Het standpunt van de minister 3.2.1 Ter zitting heeft de minister het procesbelang van BNT ter discussie gesteld. In dat verband heeft de minister erop gewezen dat DVB-H, het onderdeel van DVB-T waarin BNT zegt vooral geïnteresseerd te zijn, inmiddels is ingehaald door andere technieken. Verder kan volgens de minister ernstig betwijfeld worden of BNT daadwerkelijk de ambitie heeft zich toe te leggen op digitale televisie. BNT heeft in 2006 een aanvraag gedaan voor daarvoor geschikte frequentieruimte, maar tegen de afwijzing heeft zij geen rechtsmiddelen ingesteld. Overigens heeft zij aan de uitgifteprocedures voor geschikte frequentieruimte nimmer deelgenomen. Zodoende heeft volgens de minister BNT haar procesbelang verloren. 3.2.2 Verder stelt de minister zich op het standpunt dat hij terecht gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de vergunning te wijzigen op grond van artikel 3.7 van de Tw en niet gehouden was tot het opnieuw uitgeven van een vergunning middels een vergelijkende toets. Met de wijziging is de eerder aan Digitenne verleende frequentieruimte niet uitgebreid. Op 31 januari 2002 is Digitenne een vergunning verleend op grond van de artikelen 3.3. en 3.5 van de Tw en artikel 16 van het Fb voor het gebruik van de frequentieruimte binnen het bereik van 470-862 MHz ten behoeve van het uitzenden van tv- en radioprogramma’s en het aanbieden van datadiensten, door middel van DVB-T. In de voorschriften van die vergunning is bepaald dat Digitenne vier multiplexen in gebruik neemt en dat wijzigingen kunnen worden aangebracht in de bij de vergunning horende bijlage 1, onder meer op basis van de voortgang van het internationale frequentiecoördinatieproces met betrekking tot DVB-T, of als gevolg van de Stockholmovereenkomst. Die ontwikkelingen in het frequentiecoördinatieproces hebben zich voorgedaan. Tijdens de Regionale Radiocommunicatie Conferentie van 15 mei tot en met 16 juni 2006 in Geneve is dat proces afgerond. De aanvankelijke beperkingen voor het gebruik van frequenties binnen de verleende frequentieruimte zijn daarmee opgeheven. Deze ontwikkelingen waren voorzien ten tijde van de vergunningverlening. Er is destijds uitdrukkelijk voor gekozen de ontwikkelingen niet af te wachten, maar, met het oog op concurrentiebevordering, vooruitlopend hierop over te gaan tot uitgifte van één landelijk dekkende vergunning. Alle wijzigingen vallen binnen het bereik van 470-862 MHz. Ook DVB-H maakte deel uit van de in 2002 verleende vergunning. Het standpunt van Digitenne 3.3 Digitenne heeft eveneens het procesbelang van BNT bij deze procedure betwist. Zij heeft voorts aangevoerd dat BNT niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Op het moment dat de bezwaartermijn afliep luidde de statutaire doelstelling van BNT “het creëren en operationeel maken en houden van uitzendlocaties met het oog op het uitzenden van programma’s en radiostations” en had BNT bovendien nog nooit een vergunning aangevraagd voor DVB-T. Pas op 13 april 2007 heeft BNT haar statutaire doelstelling verruimd. Voor de afloop van de bezwaartermijn(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.