← Nederland

ECLI:NL:CBB:2014:427

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 12/633 16005 uitspraak van de meervoudige kamer van 14 november 2014 op het hoger beroep van: Maatschap [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] (hierna: maatschap [naam 4]), [naam 1], [naam 2], [naam 3] , te [plaats], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 15 mei 2012 in het geding tussen appellanten en de staatssecretaris van Economische Zaken (hierna: de staatssecretaris) gemachtigde van appellanten: mr. W.P.N. Remie gemachtigde van verweerder: mr. B. Raven Procesverloop in hoger beroep Bij tussenuitspraak van 28 mei 2014 (ECLI:NL:CBB:2014:310) heeft het College de staatssecretaris opgedragen om binnen zes weken na verzending van de uitspraak het besluit van 14 december 2011 te herstellen, voor wat betreft de aan de bestuurlijke boete ten grondslag liggende berekening, met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Bij brief van 8 juli 2014 heeft de staatssecretaris aan het College de uitkomst gestuurd van de Nieuwe berekening naar aanleiding van de tussenuitspraak. Bij brief van 15 augustus 2014 hebben appellanten hun zienswijze daarop naar voren gebracht. Bij brief van 26 augustus 2014 heeft het College aan partijen meegedeeld dat het College het onderzoek heeft gesloten. De beoordeling van het geschil in hoger beroep 1.1 In de tussenuitspraak heeft het College geoordeeld dat de staatsecretaris bij het opleggen van de bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 7 van de Meststoffenwet (Msw) ten onrechte geen rekening heeft gehouden met een deel van de percelen waarover appellanten in 2007 de feitelijke beschikkingsmacht hadden. Het College heeft verweerder opgedragen dit gebrek in het besluit van 14 december 2011 te herstellen. 1.2 Bij brief van 8 juli 2014 heeft de staatssecretaris aan het College medegedeeld dat uitgaande van een grotere oppervlakte, in lijn met de tussenuitspraak van het College, uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een overschrijding van de gebruiksnormen in 2007. De bestuurlijke boete komt dan ook te vervallen. 1.3 In hun zienswijze over de brief van 8 juli 2014 hebben appellanten het College bericht dat zij zich geheel in deze conclusie van de staatssecretaris kunnen vinden. 1.4 Een en ander betekent dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt, met uitzondering van de beslissingen ten aanzien van het griffierecht en de proceskosten. Het College zal, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 14 december 2011 gegrond verklaren, dit besluit vernietigen en het primaire boetebesluit van 7 juli 2009 herroepen. 1.5 De staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van appellanten in verband met beroepsmatig door een derde verleende rechtsbijstand bij de behandeling van het hoger beroep. Deze kosten worden vastgesteld op € 974,- op basis van 2 punten - te weten hoger beroepschrift

(1), verschijnen ter zitting
(1)- tegen een waarde van € 487,- per punt, waarbij het gewicht van de zaak op 1 (gemiddeld) is bepaald. Beslissing Het College: - vernietigt de aangevallen uitspraak, met uitzondering van de beslissingen ten aanzien van het griffierecht en de proceskosten; - verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep van appellant tegen het besluit van 14 december 2011 gegrond en vernietigt dit besluit; - herroept het primaire boetebesluit van 7 juli 2009; - draagt de staatsecretaris op het door appellanten voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 466,- te vergoeden; - veroordeelt de staatssecretaris in de door appellanten in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 974,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.R. Winter, mr. E. Dijt en mr. C.J. Waterbolk, in aanwezigheid van mr. A.G.J. van Ouwerkerk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 november 2014. w.g. R.R. Winter w.g. A.G.J. van Ouwerkerk

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.