uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 14/139 13950 uitspraak van de meervoudige kamer van 24 december 2014 in de zaak tussen de Coöperatie AmbulanceZorg Rotterdam Rijnmond U.A., te Barendrecht, appellante, (gemachtigde: mr. L.J. Wildeboer), en de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster, (gemachtigde: mr. L. Cats). Procesverloop Bij tariefbeschikking van 21 december 2012, aan appellante bekend gemaakt op 13 februari 2013, heeft verweerster tarieven vastgesteld voor onder meer ambulance spoedvervoer. Het door appellante in rekening te brengen tarief voor spoedvervoer is daarbij met ingang van 1 januari 2013 vastgesteld op € 519,-- per uur en met ingang van 1 januari 2014 op € 586,-- per uur. Blijkens de bij de tariefbeschikking behorende rekenstaat is voor de periode van 1 januari 2013 tot 1 januari 2014 op het (basis)tarief voor spoedvervoer van € 586,-- een korting toegepast van € 67,--. Bij tariefbeschikking van 13 mei 2013 heeft verweerster het tarief voor spoedvervoer met ingang van 1 juni 2013 vastgesteld op € 556,-- per uur. Blijkens de bij de tariefbeschikking behorende rekenstaat is voor de periode van 1 juni 2013 tot 1 januari 2014 op het (basis)tarief voor spoedvervoer van € 586,-- een korting toegepast van € 30,--. Bij besluit van 16 januari 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerster heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2014. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Voor appellante zijn voorts verschenen [naam 1] en [naam 2]. Voor verweerster is voorts verschenen [naam 3]. Overwegingen 1. Als aanbieders van ambulancezorg zijn in de regio Rotterdam-Rijnmond tot en met 2012 twee ambulancediensten actief geweest, namelijk BIOS ambulancezorg (hierna: BIOS) en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (hierna: VRR). De op grond van de Wet ambulancevervoer (Wav) aan BIOS en VRR verleende vergunningen zijn met ingang van 1 januari 2013 komen te vervallen. Op 1 januari 2013 is de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz) in werking getreden. Op grond van de artikelen 4 en 6 van de Twaz is er per (veiligheids)regio één Regionale Ambulancevoorziening (RAV) die de ambulancezorg verricht, welke RAV wordt aangewezen door de Minister van VWS. Bij besluit van 20 november 2012, dat in werking is getreden met ingang van 1 januari 2013, heeft de Minister appellante aangewezen als de RAV voor de regio Rotterdam-Rijnmond. Appellante is een coöperatie, met als leden de voormalige vergunninghouders BIOS en VRR. 2. De post ambulance spoedvervoer betreft een sluittarief. Dat betekent dat het voor de betreffende regio vastgestelde (basis)tarief door verweerster – met toepassing (tot 1-1-2013) van artikel 6.4 van de Beleidsregel BR/CU-7042 dan wel (vanaf 1-1-2013) van artikel 6.4 van Beleidsregel BR/CU-7067 – wordt verhoogd dan wel verlaagd met uit de nacalculatie van afgeronde budgetjaren gebleken negatieve/positieve opbrengstresultaten. In het onderhavige geval heeft verweerster, als gevolg van de verwerking van de nacalculaties over 2010 en 2011 van BIOS en VRR, bij de vaststelling van het tarief voor ambulance spoedvervoer voor de regio Rotterdam-Rijnmond per 1 januari 2013 respectievelijk 1 juni 2013 kortingen toegepast op het (basis)tarief van € 586,--. Het tarief is aldus vastgesteld op € 519,-- respectievelijk € 556,--. 3. Tussen partijen is in geschil of verweerster bij de vaststelling van het door appellante voor 2013 voor ambulance spoedvervoer te hanteren tarief de door BIOS en VRR over de jaren 2010 en 2011 gerealiseerde negatieve/positieve opbrengstresultaten heeft mogen verrekenen. 4. Appellante heeft aangevoerd dat een wettelijke grondslag ontbreekt om bij de vaststelling van de tarieven voor 2013 rekening te houden met budgetten van voormalige vergunninghouders. Het bestreden besluit is genomen op 21 december 2012, op een tijdstip derhalve vóórdat de Twaz in werking is getreden en vóórdat appellante als zorgaanbieder actief was. De Wmg bevatte op dat tijdstip geen grondslag om aan appellante in het kader van de vaststelling van tarieven verplichtingen op te leggen, aangezien de Wmg destijds alleen betrekking had op ambulancevervoer krachtens de Wav, terwijl appellante ambulancevervoer in de zin van de Twaz zou gaan verrichten. Volgens appellante kunnen de tarieven voor de verschillende soorten diensten op basis van verschillende wetten niet met elkaar worden verrekend. Gelet op het belastende karakter van het besluit was volgens appellante een expliciete wettelijke grondslag vereist. Appellante kan zich er voorts niet mee verenigen dat verweerster een verrekening heeft toegepast op het voor 2013 voor ambulance spoedvervoer te hanteren tarief, aangezien zij, als nieuwe entiteit, niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de bedrijfsvoering door de voormalige vergunninghouders en door hen in het kader van de nacalculatie verschuldigde bedragen. Appellante stelt zich op het standpunt dat verweerster voor haar een nieuw tarief had moeten vaststellen, aan de hand van een nieuw budget voor de diensten op grond van de Twaz, zonder daarbij rekening te houden met in eerdere jaren onder de Wav gerealiseerde bedragen. Het door verweerster vastgestelde tarief is door de onterechte verrekening voor appellante niet kostendekkend. Appellante wijst er voorts op dat de coöperatie niet vrijwillig maar noodgedwongen tot stand is gekomen. Appellante acht het niet redelijk om van de nieuwe entiteiten die noodgedwongen tot stand zijn gebracht te verlangen dat zij de kosten van de afrekening van de aan voormalige aanbieders toegekende budgetten in hun tarieven voor 2013 moeten opvangen. 5. Verweerster heeft gesteld dat zowel vóór als na 1 januari 2013 de ambulancezorg onder de reikwijdte van de Wmg valt. Verweerster is op grond van de Wmg bevoegd tot het reguleren van de prestaties en tarieven op de markt voor ambulancezorg. Op grond van die bevoegdheid heeft verweerster per 1 januari 2013 de hoogte bepaald van het (sluit)tarief dat de RAV voor ambulance spoedvervoer in rekening kan brengen bij de zorgverzekeraar. De tariefbeschikking is op 1 januari 2013 in werking getreden en kon op 21 december 2012 al worden genomen. Aan iedere RAV is het regio-budget van de oude zorgaanbieder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.