ECLI:NL:CBB:2018:92
beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 16/580 t/m 16/583 en 16/1012 9500 beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de hoger beroepen van 1 [naam 1] B.V.(voorheen [naam 2] B.V.), [naam 1] Holding B.V., [naam 3] Holding B.V., [naam 1] Beheer B.V., [naam 1] Services B.V. (tezamen: [naam 1] ), allen te [plaats 1] (gemachtigden: mr. G.W.A. van de Meent en mr. R.A. Struijlaart), 2 [naam 4] B.V., [naam 5] B.V., [naam 6] B.V., [naam 7] B.V., (tezamen: [naam 8] ) allen te [plaats 2] (gemachtigde: mr. J.J.M. Oehlen), 3 [naam 9] B.V., te [plaats 3] , [naam 10] B.V., te [plaats 3] , [naam 11] B.V., te [plaats 4] (tezamen: [naam 9] ) (gemachtigde: mr. A.L. Appelman), 4de Autoriteit Consument en Markt (ACM) (gemachtigde: mr. A.S.M.L. Prompers), 5 [naam 12] B.V., [naam 13] B.V. (tezamen: [naam 14] ), beiden te [plaats 5] (gemachtigden: mr. P.P.J. van Ginneken en mr. M.P.F Reker) tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 mei 2016, kenmerk ROT 14/5401, ROT 14/5420, ROT 14/5421, ROT 14/5359, in het geding tussen appellanten 1, 2, 3 en 5enACM.
Procesverloop Appellanten hebben (incidenteel) hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 12 mei 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3477 ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
In de (bijlagen bij de) brieven van 1 december 2016, 29 januari 2018 en 19 februari 2018 heeft ACM, mede naar aanleiding van vragen van het College, het verzoek toegelicht. ACM heeft een inventarislijst overgelegd waarop staat aangegeven op welke stukken de mededeling ziet. De inventarislijst is aan deze beslissing gehecht. Deze beslissing ziet niet op de stukken met de nummers 72, 117, 154 en 388. Op het verzoek om beperking van de kennisneming van deze stukken beslist het College separaat.
Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
Ook ten aanzien van de andere stukken acht het College de gevraagde beperking van kennisneming gerechtvaardigd. Deze stukken bevatten (bedrijfs)vertrouwelijke gegevens. Deze vertrouwelijkheid dient te worden geëerbiedigd, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens of een niet bij de procedure betrokken persoon zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
Beslissing Het College:
Aldus genomen door mr. R.C. Stam, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op . w.g. R.C. Stam w.g. I.C. Hof