uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 17/1496 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2019 in de zaak tussen 1. Notarispraktijk [naam] B.V. te [plaats] , appellante sub 1 2. Agrarische Onderneming [naam] te [plaats] , appellant sub 2 (gemachtigde: C. Blokland), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. N.M. Brok). Procesverloop Bij besluit van 9 juni 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante sub 1 om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetaling voor het jaar 2016 op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (Uitvoeringsregeling) afgewezen. Bij besluit van 15 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante sub 1 ongegrond verklaard. Appellanten hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2018. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen 1.1 Op 26 april 2016 heeft appellante sub 1 een Gecombineerde Opgave 2016 bij verweerder ingediend, waarin zij heeft verzocht om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetaling. In de Gecombineerde opgave is onder het kopje ‘Relatiegegevens’ bij SBI code hoofdactiviteit 69103 (Notariskantoren) en bij SBI-code nevenactiviteit 64303 (Beleggingsinstellingen met beperkte toetreding) en 0129 (Teelt van overige meerjarige gewassen) ingevuld. 1.2 Op 16 november 2016, door verweerder ontvangen op 24 november 2016, hebben appellanten een melding overdracht agrarisch bedrijf gedaan. Hierbij is gemeld dat appellante sub 1 haar agrarische bedrijf overdraagt aan appellant sub 2. Als datum van de overdracht is 1 januari 2016 ingevuld. Blijkens het bij de melding gevoegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) is het bedrijf van appellant sub 2 op 11 mei 2016 geregistreerd bij de KvK met de activiteiten met SBI-code 0119 (Teelt van overige eenjarige gewassen) en SBI-code 0129 (Teelt van overige meerjarige gewassen). 1.3 Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van appellante sub 1 om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetaling voor het jaar 2016 afgewezen. Aan deze afwijzing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat appellante sub 1 niet voldoet aan de voorwaarde voor actieve landbouwer. Het bedrijf van appellante sub 1 staat bij de KvK geregistreerd als bedrijf met landbouwactiviteiten als nevenactiviteit. Appellante sub 1 heeft niet met een accountantsverklaring aangetoond dat haar landbouwactiviteiten een belangrijk deel zijn van haar totale economische activiteit. 1.4 In bezwaar heeft appellante sub 1 aangevoerd dat haar landbouwbedrijf, inclusief de betalingsrechten, aan appellant sub 2 is overgedragen. Het bedrijf van appellant sub 2 staat bij de KvK ingeschreven met een agrarische hoofdactiviteit en voldoet derhalve aan alle eisen om als een actieve landbouwer te worden aangemerkt. De betalingsrechten moeten dan ook aan hem worden uitbetaald. 1.5 Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van appellante sub 1 tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verweerder heeft zich - voor zover hier van belang - op het standpunt gesteld dat er over het jaar 2016 geen uitbetaling van de betalingsrechten aan appellant sub 2 kan plaatsvinden. De reden daarvan is gelegen in het feit dat de melding overdragen betalingsrechten niet voor 2016 geregistreerd kan worden. Om de melding per 2016 te kunnen registeren moet deze uiterlijk 17 mei 2016 zijn ontvangen (artikel 2.12, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling). De melding is echter op 24 november 2016 ontvangen. Dat is te laat. Ook is er geen bewijs ingediend waaruit blijkt dat de melding wel tijdig is ingediend. Met betrekking tot de weigering om aan appellante sub 1 rechtstreekse betalingen toe te kennen heeft verweerder zijn in het primaire besluit ingenomen standpunt gehandhaafd. 2. Appellanten stellen zich in beroep - kort gezegd - op het standpunt dat verweerder ten onrechte geen betalingsrechten heeft uitbetaald. Nadat appellante sub 1 op 11 oktober 2016 en 4 november 2016 van verweerder de besluiten op bezwaar met betrekking tot de toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten over het jaar 2015 had ontvangen, heeft zij de overdracht van haar onderneming aan appellant sub 2 met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 bij verweerder gemeld. Uit het uittreksel van de KvK blijkt dat op 11 mei 2016 is geregistreerd dat de onderneming van appellant sub 2 op 1 januari 2016 is gevestigd. De inschrijfdatum in het handelsregister van de KvK is dus gelegen vóór 17 mei 2016’. 3. In het verweerschrift heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de stelling dat er op 16 november 2016 een melding overdracht aan verweerder is gezonden, appellanten niet kan baten. Appellante sub 1 heeft een aanvraag voor de uitbetaling van betalingsrechten gedaan. Voor toekenning van die uitbetaling dient appellante sub 1 zelf aan de voorwaarden van uitbetaling te voldoen. Appellante sub 1 kon op 15 mei 2016 echter niet aangemerkt worden als actieve landbouwer. Appellant sub 2 kan slechts uitbetaling van betalingsrechten voor het jaar 2016 krijgen indien de melding overdracht vóór 17 mei 2016 bij verweerder zou zijn ontvangen én appellant sub 2 zelf een aanvraag voor uitbetaling van betalingsrechten zou hebben gedaan. Daarbij dient appellant sub 2 aan de voorwaarden voor de uitbetaling van de betalingsrechten te voldoen. 4.1 Artikel 8 van Verordening 809/2014 luidde ten tijde en voor zover hier van belang als volgt: “Overdracht van bedrijven 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.