uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 17/1343 5111 uitspraak van de meervoudige kamer van 8 januari 2019 in de zaak tussen [naam 1] V.O.F. h.o.d.n. Firma [naam 2] , te [plaats] , appellante en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. A.F. Bosma). Procesverloop Bij besluit van 11 mei 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder bezwaar aangetekend tegen een overdracht van betalingsrechten aan appellante op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (Uitvoeringsregeling). Bij besluit van 16 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2018. Appellante is - zonder bericht van verhindering - niet verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Overwegingen 1.1 Op 21 maart 2017 is bij verweerder een melding overdracht betalingsrechten gedaan ter zake van de overdracht van 6,00 betalingsrechten van [naam 3] aan appellante. 1.2 Verweerder heeft appellante bij brief van 20 april 2017 geïnformeerd dat degene die de betalingsrechten overneemt moet voldoen aan de voorwaarde van het zijn van actieve landbouwer. Aan deze voorwaarde is voldaan als het bedrijf van appellante met een landbouwactiviteit als hoofdactiviteit staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Verweerder heeft geconstateerd dat appellante met een landbouwactiviteit als nevenactiviteit is geregistreerd bij de KvK en dat de hoofdactiviteit geen landbouwactiviteit is. Zij voldoet dan ook niet aan de voorwaarde van het zijn van actieve landbouwer en kan daarom geen betalingsrechten overnemen. Verder heeft verweerder appellante de mogelijkheid gegeven alsnog aan te tonen dat zij actieve landbouwer is door een accountantsverklaring te overleggen, of een inschrijving bij de KvK te overleggen waarbij de landbouwactiviteit van appellante als hoofdactiviteit staat geregistreerd, mits die inschrijving overeenkomt met haar feitelijke bedrijfssituatie. 1.3 Bij het primaire besluit heeft verweerder bezwaar aangetekend tegen de overdracht van betalingsrechten omdat appellante, als overnemende partij, niet voldoet aan de voorwaarde van het zijn van actieve landbouwer. Appellante is niet met een landbouwactiviteit als hoofdactiviteit geregistreerd bij de KvK. Zij heeft geen gebruik gemaakt van de door verweerder bij brief van 20 april 2017 geboden mogelijkheid om alsnog aan te tonen dat zij wel actieve landbouwer is. 1.4 Appellante heeft zich in bezwaar op het standpunt gesteld dat zij aangemerkt kan worden als actieve landbouwer. Volgens appellante zijn zowel de druiventeelt als de verbouw van voedergewassen zeer intensief en de belangrijkste basis voor het bedrijf. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante een uittreksel uit het handelsregister van de KvK van 30 mei 2017 aan verweerder doen toekomen. Hieruit blijkt dat appellante was ingeschreven met de achtereenvolgende activiteiten met bijbehorende SBI-codes: 1107 - Vervaardiging van frisdranken; productie van mineraalwater en overig gebotteld water 4725 - Winkels in dranken 47911 - Detailhandel via postorder en internet voedingsmiddelen en drogisterijwaren 0121 - Druiventeelt 1102 - Vervaardiging van wijn uit druiven 0111 - Teelt van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden 01193 - Teelt van voedergewassen. 1.5 Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van appellante ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. 2. Appellante heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat zij al per 1 januari 2017 actieve landbouwer was. Omdat haar bedrijf pas per 1 januari 2017 actief is geworden, kon appellante geen accountantsverklaring overleggen. De inschrijving bij de KvK is inmiddels hersteld, in die zin dat appellante met een landbouwactiviteit als hoofdactiviteit staat geregistreerd bij de KvK. Ten bewijze daarvan heeft appellante een uittreksel uit het handelsregister van de KvK van 31 augustus 2017 overgelegd. Hieruit blijkt dat appellante was ingeschreven met de achtereenvolgende activiteiten met bijbehorende SBI-codes: 0121 - Druiventeelt 4725 - Winkels in dranken 47911 - Detailhandel via internet in voedingsmiddelen en drogisterijwaren 1102 - Vervaardiging van wijn uit druiven 0111 - Teelt van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden 01193 - Teelt van voedergewassen 1107 - Vervaardiging van frisdranken; productie van mineraalwater en overig gebotteld water. 3. In het verweerschrift heeft verweerder zijn in het bestreden besluit ingenomen standpunt gehandhaafd. Ter onderbouwing van het standpunt dat appellante ten tijde van de melding overdracht niet voldeed aan de voorwaarde van het zijn van actieve landbouwer, heeft verweerder een verkort uittreksel uit het handelsregister van de KvK van 4 januari 2018 overgelegd. Hieruit blijkt dat de Code hoofdactiviteit 0121, Druiventeelt, per 21 augustus 2017 is geregistreerd. 4. In beroep ligt de vraag voor of verweerder terecht bezwaar heeft aangetekend tegen de overdracht van betalingsrechten op de grond dat appellante ten tijde van de melding overdracht betalingsrechten niet aangemerkt kon worden als actieve landbouwer. 4.1 Op grond van artikel 34 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (Verordening 1307/2013) kunnen betalingsrechten uitsluitend worden overgedragen aan een landbouwer die overeenkomstig artikel 9 het recht heeft op toekenning van rechtstreekse betalingen. Artikel 9 van Verordening 1307/2013 bepaalt - kort samengevat - dat een rechtstreekse betaling alleen wordt toegekend aan een actieve landbouwer. 4.2 Artikel 9, derde lid, van Verordening 1307/2013 bepaalt dat de lidstaten op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria kunnen besluiten dat geen rechtstreekse betalingen worden toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel groepen natuurlijke personen of rechtspersonen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.