uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 18/2755 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2019 in de zaak tussen V.O.F. [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr. A. Tymersma) en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigden: mr. M. Krari en mr. C. Zieleman) Procesverloop Bij besluit van 12 januari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet (Msw) het fosfaatrecht van appellante vastgesteld op 4.503 kilogram (kg). Bij besluit van 19 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en het fosfaatrecht vastgesteld op 4.771 kg. Namens appellante is tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij besluit van 3 december 2018 (het vervangingsbesluit) heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en vervangen door het vervangingsbesluit, het primaire besluit herroepen, het bezwaar van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard en het fosfaatrecht vastgesteld op 4.771 kg. Bij brief van 4 december 2018 heeft het College appellante verzocht binnen vier weken na dagtekening van de brief een door appellante ondertekende verklaring over te leggen waaruit blijkt dat haar gemachtigde gerechtigd is namens haar in rechte op te treden. In deze brief is appellante erop gewezen dat indien het gevraagde niet binnen de gestelde termijn toegezonden wordt, het College het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Namens appellante is bij brief van 18 december 2018 tegen het vervangingsbesluit beroep ingesteld. Bij brief van 18 februari 2019 heeft het College appellante tot 11 maart 2019 in de gelegenheid een ondertekende verklaring te overleggen waaruit blijkt dat haar gemachtigde gerechtigd is namens haar in rechte op te treden. In deze brief is appellante opnieuw erop gewezen dat indien het gevraagde niet binnen de gestelde termijn toegezonden wordt, het College het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Appellante heeft nadere stukken in het geding gebracht. Bij brief van 23 juli 2019 heeft appellante een machtiging overgelegd. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.