beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 17/1376 t/m 17/1384 en 19/98 beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de hoger beroepen van 1V.O.F. [naam 1] , te [plaats 1] [naam 2] , te [plaats 1] appellanten in zaak 17/1376 (gemachtigden: mr. E.W.F. Schotanus) 2 [naam 3] , te [plaats 2] [naam 4] B.V., te [plaats 2] appellanten in zaak 17/1377 (gemachtigde: mr. P.J.M. Boomaars) 3 [naam 5] B.V., te [plaats 3] appellante in zaaknummer 19/98 (gemachtigde: mr. J. Hooymayers) 4 [naam 6] B.V., te [plaats 4] [naam 7] B.V., te [plaats 4] [naam 8] , te [plaats 5] [naam 9] , te [plaats 6] appellanten in zaak 17/1378 (gemachtigde: mr. B. Nijhof) 5 [naam 10] B.V., te [plaats 7] [naam 11] B.V., te [plaats 7] [naam 12] , te [plaats 7] appellanten in zaak 17/1379 (gemachtigde: mr. B. Nijhof) 6 [naam 13] B.V., te [plaats 8] [naam 14] B.V., te [plaats 8] [naam 15] , te [plaats 8] appellanten in zaak 17/1380 (gemachtigde: mr. B. Nijhof) 7 [naam 16] B.V., te [plaats 9] [naam 17] , appellanten in zaak 17/1381 (gemachtigde: mr. E.F. van Hasselt) 8 [naam 18] B.V., te [plaats 10] [naam 19] appellanten in zaak 17/1382 (gemachtigde: mr. E.F. van Hasselt) 9 [naam 20] B.V., te [plaats 11] [naam 21] B.V., te [plaats 12] [naam 22] appellanten in zaak 17/1383 (gemachtigde: mr. E.F. van Hasselt) 10 [naam 23] B.V., te [plaats 13] [naam 24] B.V., te [plaats 13] [naam 25] B.V., te [plaats 13] [naam 26] appellanten in zaak 17/1384 (gemachtigde: mr. E.F. van Hasselt) tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2017 in de gedingen tussen appellantenende Autoriteit Consument en Markt (ACM) (gemachtigden: mr. S.A. van der Does en mr. H.B.M. Römkes). Procesverloop Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 27 juli 2017, (ECLI:NL:RBROT:2017:5744, ECLI:NL:RBROT:2017:5765, ECLI:NL:RBROT:2017:5774, ECLI:NL:RBROT:2017:5777, ECLI:NL:RBROT:2017:5779, ECLI:NL:RBROT:2017:5780, ECLI:NL:RBROT:2017:5782). ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Naar aanleiding van vragen van het College heeft ACM bij brief van 18 september 2018 de mededeling deels gewijzigd en van een nadere onderbouwing voorzien. ACM heeft hierbij een (herziene) inventarislijst overgelegd waarop staat aangegeven op welke stukken de mededeling ziet. De inventarislijst is aan deze beslissing gehecht. Naast de op de inventarislijst vermelde stukken, ziet de mededeling ook op vier brieven die ACM als bijlagen 2, 3, 4 en 5 bij de brief van 18 september 2018 heeft overgelegd. Een deel van de appellanten heeft gereageerd op de mededeling. Op 22 januari 2019 heeft een comparitie plaatsgevonden. Ter comparitie heeft ACM aangegeven dat de mededeling niet ziet op de stukken die ACM heeft voorzien van de motivering ‘individueel dossier’, die alleen in de betreffende individuele zaken zijn overgelegd. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. 2. Deze door het College te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. Onder concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens vallen ook gegevens die, hoewel zelf niet als bedrijfsgegevens aan te merken, niettemin inzicht kunnen bieden in de door betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.