beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 20/654, 20/655, 20/656, 20/657, 20/658, 20/673, 20/674, 20/675 en 20/676 beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen 1Stichting GGNet, te Zutphen, appellante sub 1 (20/654 en 20/655) 2Stichting Arkin, te Amsterdam, appellante sub 2 (20/656 en 20/657) 3Stichting Emergis, te Goes, appellante sub 3 (20/658) (gemachtigden: mr. D.W.L.A. Schrijvershof en mr. R.S. Kaushik) 4deVereniging Geestelijke Gezondheidszorg Nederland, te Amersfoort,deNederlandse Vereniging voor Psychiatriete Utrecht, appellanten sub 4a en 4b (20/676), en Meer GGZ te Leidschendam, appellanten sub 4a, 4b en 4c (20/673 en 20/674) 5deVereniging Gehandicaptenzorg Nederland, te Utrecht, Stichting Ipse de Bruggen, te Zoetermeer, en Stichting Dichterbij, te Gennep, appellanten sub 5 (20/675) (gemachtigde: mr. J.J. Rijken) en de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster (gemachtigden: mr. E.C. Pietermaat en mr. drs. F.J.H. van Tienen). Appellanten sub 1 tot en met 5 worden hierna aangeduid als: appellanten. Procesverloop Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van verweerster van 18 juni 2020. Bij deze besluiten heeft verweerster in bezwaar, voor zover hier van belang, de tariefbeschikkingen forensische zorg, gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg en generalistische basis geestelijke gezondheidszorg voor het jaar 2020 gehandhaafd. Verweerster heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en bij brief van 29 januari 2021 met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft de volgende stukken: - gedingstuk 23: verslag van de expertbijeenkomst van 6 maart 2019 - gedingstuk 36: verslag van de expertbijeenkomst van 26 juni 2019 - gedingstuk 74: inventarislijst met de volgende bijlagen: - 1.1 FW: enkele reacties op rapport - 1.2 Programmeercodes Python en R (bijlage ingediend op USB-stick) - 1.3 RE: reactie Sira op kostprijs verschillen zuivere kostenplaatsen (bijlage ingediend op USB-stick) - 1.4 RE: bevindingen sjabloon - 2.1 RE: Tabel met fte per verblijfsdag - 2.2 Tabel verblijf met fte - 2.3 Kostprijzen verblijf met fte - 2.4 Bewerking kostprijzen verblijf met fte analyse naar financieringsstroom - 2.5 RE: concept eindrapport KPO ggz fz V0 9.4 – aanvullingen - 2.8 RE_Extra aanlevering kostprijzen - 3.2 Analyse fte per bed - 3.4 RE: Kostprijsonderzoek ggz/fz 2020: Aanpak rode kostprijzen - 6.6 Signalen over zorg die wel geleverd maar niet geregistreerd is in de GGZ generale basiszorg - 6.7 Stukken Expertbijeenkomst Kostprijsonderzoek d.d. 3 april 2019 - 6.9 FW: Verzoek om reactie op onze brief d.d. 26 juli 2019 - 8.5 Overzicht uitgesloten kosten – kopie.xlsx - 8.7 RE: projectoverleg dinsdag 29 oktober - 8.8 RE: Uitgesloten kosten - 8.9 RE: Uitgesloten kosten - 8.10 Uitgesloten kosten - 8.12 Overzicht uitgesloten kosten – kopie WOB (A versie) - 8.13 RE: uitgesloten kosten - 8.17 Uitgesloten kosten- 8.18 Overzicht uitgesloten kosten Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. 2. Deze door het College te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl verweerster er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. 3. Verweerster stelt dat gewichtige redenen zich verzetten tegen onbeperkte kennisneming van de stukken door appellanten. De weggelakte informatie betreft bedrijfsvertrouwelijke of anderszins concurrentiegevoelige gegevens die door zorgaanbieders ten behoeve van het vaststellen van de tarieven aan verweerster zijn geleverd. Dergelijke gegevens heeft verweerster met het oog op de belangen van de zorgaanbieders en om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft, niet aan appellanten verstrekt. Verweerster heeft verder verwezen naar de inventaris van gedingstuk 74 waarin per bijlage is gemotiveerd waarom de betreffende informatie onleesbaar is gemaakt. Het gaat om de volgende categorieën gegevens, met de volgende door verweerster vermelde redenen voor het niet of slechts deels verstrekken daarvan: verslagen van expertbijeenkomsten waarin informatie over de productie van zorgaanbieders onleesbaar is gemaakt (gedingstukken 23 en 36). Deze informatie is bedrijfsvertrouwelijk; correspondentie over kostprijsgegevens en aanlevering van data door zorgaanbieders (bijlagen 1.1, 1.4, 2.5, 2.8, 3.4, 6.7, 6.9 en 8.13 bij gedingstuk 74). Namen van (medewerkers van) zorgaanbieders zijn onleesbaar gemaakt om te voorkomen dat te herleiden is van welke zorgaanbieders bepaalde vertrouwelijk aangeleverde data afkomstig zijn. Verweerster wenst herleidbaarheid naar zorgaanbieders van deze vertrouwelijke data op alle mogelijke manieren te voorkomen; bedrijfsgegevens in de e-mailcorrespondentie van bijlagen 8.8, 8.9 en 8.10 bij gedingstuk 74. Er bestaat een groot risico dat op basis van die bedrijfsgegevens kan worden herleid om welke zorgaanbieder het gaat. In die gevallen kan volgens verweerster niet met het anonimiseren van de naam van de zorgaanbieder worden volstaan. De (excel)bestanden in de bijlagen 1.2, 1.3, 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 3.2, 8.5, 8.7, 8.12, 8.17 en 8.18 bij gedingstuk 74 bevatten bedrijfsgegevens. Deze gegevens kunnen volgens verweerster niet of niet volledig aan appellanten worden verstrekt, omdat het om bedrijfsvertrouwelijke of anderszins concurrentiegevoelige gegevens gaat. Ook herleidbare elementen, zoals namen van locaties, plaatsen, bepaalde soorten geneesmiddelen, zijn verwijderd. Op deze wijze stelt verweerster de vertrouwelijkheid van de bedrijfsgegevens te hebben gewaarborgd, terwijl appellanten voldoende kennis van de informatie kunnen nemen; e toelichting op de terminologie van verweerster in bijlage 6.6 bij gedingstuk 74. De toelichting is verwijderd omdat deze inzicht geeft in de werkwijze van verweerster bij (mogelijke) overtredingen van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Het verstrekken van deze gegevens zou het goed functioneren van verweerster schaden, aldus verweerster. 4. Het College komt tot de volgende beoordeling. 4.1 Het College acht de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken genoemd onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.