beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/369 beslissing op het verzoek van [naam 1] en [naam 2] , verzoekers (gemachtigde: E.M.A. Broekhoff). Procesverloop Bij brief van 14 april 2021 (brief) hebben verzoekers het College het volgende bericht: “Betreft: Verzoek tot wraking in zaak AWB 20/369 W2 Appellanten [naam 1] en [naam 2] 22310 Wet op het financieel toezicht d.d. 10-3-2020, nr ROT 19/3125 n.a.v. uitspraak van Rechtbank Rotterdam. (..) Geacht College, Raadsheren mr. J.LW. Aerts, mr. R.C. Stam en mr. P. Fortuin. De voorzitter van het college van bestuursrechters CBB Den Haag heeft tijdens de zitting op 9 maart 2021 aangegeven op 20 april 2021 een uitspraak te doen in dit geding. (..) Grote onzekerheid en twijfel of uw Afdeling bestuursrechtspraak de processuele vraag of de schriftelijke weigering AFM d.d. 5 maart 2019 een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid Awb bevestigt, is reden het middel op grond van hetgeen is bepaald voor wraking in artikel 8.15 Algemene wet bestuursrecht (Awb) in te zetten. (..) Indien u als college CBB op 20-4-2021 “de weigering van AFM” niet bevestigt zoals in bijlage 1 staat aangegeven, neemt u een standpunt in, die afwijkt van objectieve criteria o.b.v. vaste jurisprudentie in eerdere zaken. De door verzoeker geuite vrees van vooringenomenheid van de rechter die objectieve factoren negeert, rechtvaardigt de wraking in te roepen. (..) Het falen van AFM die niet onder te brengen valt onder een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid Awb waartegen bezwaar openstaat, miskent de regels voor bezwaar en beroep Abw! Bent u het hiermee niet eens, dan verzoek ik u deze wraking naar de wrakingskamer te sturen voor behandeling. (..)” Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.