← Nederland

ECLI:NL:CBB:2021:606

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 19/1579, 19/1580 en 19/1581 beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [naam stichting] , te [plaats 1] , (gemachtigde: mr. J. Sinnige en mr. A.I. Tsheichvili), en [naam onderneming 1] , te [plaats 2] [naam onderneming 2] , te [plaats 3] (gemachtigde: mr. A.P. Cornelissen), tezamen: appellanten en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. E.M. Scheffer). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam onderneming 3] , te [plaats 4] , (gemachtigde: mr. A.P. Cornelissen). Procesverloop Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 10 september

  1. Verweerder heeft vertrouwelijk een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft de volgende stukken: - Ten aanzien van [naam onderneming 1] : - Begeleidende brief financiële gegevens; - Jaarrekening 2016; - Jaarrekening 2017; - Kerngetallen. - Ten aanzien van [naam onderneming 2] : - Begeleidende brief financiële gegevens; - Jaarrekening 2015; - Jaarrekening 2016; - Jaarrekening 2017; - Jaarrekening
  2. Overwegingen
  3. Op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
  4. Deze door het College te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl verweerder er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft. Onder concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens vallen ook gegevens die, hoewel zelf niet als bedrijfsgegevens aan te merken, niettemin inzicht kunnen bieden in de door betrokkene(n) voorgestane (markt)strategie.
  5. Voordat wordt toegekomen aan een beoordeling van het verzoek om beperkte kennisneming, stelt het College vast dat dit verzoek op 7 juni 2021 is ontvangen. Verweerder heeft te kennen gegeven dat dit verzoek eerder is toegezonden, maar dit is door het College niet ontvangen.
  6. Het College acht beperking van de kennisneming van de stukken genoemd onder het procesverloop gerechtvaardigd, ook voor zover het gaat om de stukken die ouder zijn dan vijf jaar. Alle stukken bevatten bedrijfsvertrouwelijke gegevens of gegevens waaruit (een deel van) de marktstrategie van betrokkenen zou kunnen worden afgeleid, zo al niet zonder meer sprake is van concurrentiegevoelige gegevens, die een zodanige samenhang vertonen dat de vertrouwelijkheid ervan geëerbiedigd dient te worden. Deze vertrouwelijkheid dient te worden geëerbiedigd, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten.
  7. Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Die toestemming is niet nodig voor een stuk dat een partij al kent. Partijen wordt verzocht om binnen één dag na heden schriftelijk of uiterlijk op de zitting kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken genoemd onder het procesverloop, voor zover zij deze stukken niet kennen, uitspraak doet op alle beroepen. Beslissing Het College: - beslist dat beperking van de kennisneming van de stukken genoemd onder het procesverloop gerechtvaardigd is; - verzoekt partijen om binnen één dag na heden schriftelijk of uiterlijk op de zitting kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke stukken genoemd onder het procesverloop uitspraak doet op alle beroepen, voor zover zij deze stukken niet kennen. Aldus genomen door mr. R.W.L. Koopmans, in tegenwoordigheid van mr. C.H.R. Mattheussens als griffier, op 8 juni
  8. . w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.H.R. Mattheussens

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.