beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/140 beslissing tot heropening van het onderzoek in de zaak tussen: de maatschap [naam 1] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr. N.E. Koelemaij), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. M. van den Brink). Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder beslist op de aanvraag van appellante om uitbetaling van de betalingsrechten (de basisbetaling), vergroeningsbetaling en de extra betaling jonge landbouwers voor het jaar 2018 op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (de Uitvoeringsregeling). Bij besluit van 13 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante gedeeltelijk gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en het bedrag aan basis- en vergroeningsbetaling gewijzigd vastgesteld. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2021. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigden door [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Aan de zijde van verweerder is tevens verschenen J.P.H. van der Werve. Het onderzoek is ter zitting gesloten. De enkelvoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. Overwegingen 1. Het College is tot het oordeel gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest en heropent daarom het onderzoek. 2.1 Op 15 mei 2018 heeft appellante, een maatschap bestaande uit de maten [naam 2] en [naam 3] , bij verweerder een Gecombineerde opgave 2018 ingediend, waarin zij uitbetaling van de basis- en vergroeningsbetaling en de extra betaling jonge landbouwers heeft aangevraagd. [naam 3] is in de Gecombineerde opgave 2018 als jonge landbouwer opgegeven. 2.2 Bij het primaire besluit heeft verweerder een bedrag van € 1.081,85 als basis- en vergroeningsbetaling voor het jaar 2018 vastgesteld en de aanvraag van de extra betaling jonge landbouwers afgewezen, omdat de jonge landbouwer waarvoor de extra betaling jonge landbouwer is verstrekt (het College begrijpt: aangevraagd), niet langer blokkerende zeggenschap heeft. 3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van appellante tegen het primaire besluit gedeeltelijk gegrond verklaard en beslist dat appellante voor het jaar 2018 een bedrag van € 11.029,27 ontvangt aan basis- en vergroeningsbetaling. De weigering van de extra betaling jonge landbouwers heeft verweerder gehandhaafd. 4. Appellante heeft in beroep herhaald dat het vereiste van blokkerende zeggenschap niet van toepassing is, omdat de maatschap enkel bestaat uit jonge landbouwers en beide maten in dat geval onbeperkt bevoegd mogen zijn. 5. Het College legt naar aanleiding van de stukken en het verhandelde ter zitting de volgende vragen aan verweerder voor. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.