uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/584 uitspraak van de meervoudige kamer van 12 oktober 2021 in de zaak tussen [naam vereniging] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr. N.R. Geerts-Zandveld), en Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster (gemachtigden: mr. B.O.N. van Hemessen en mr. J. de Vries). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam BV] , te Groningen (gemachtigde: mr. A.A. Kleinhout). Procesverloop Bij besluit van 22 mei 2020 (Stcrt. 2020, nr. 27508) heeft ACM de voorwaarden als bedoeld in artikel 12b van de Gaswet gewijzigd. Het betreft een wijziging van de Transportcode gas LNB (landelijk netbeheerder). VEN heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. ACM heeft een verweerschrift ingediend. GTS heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Tevens zijn verschenen namens [naam vereniging] [naam 1] en [naam 2] en namens [naam BV] [naam 3] en [naam 4] . Overwegingen 1. Voor de wijzigingen die het bestreden besluit aanbrengt in de Transportcode gas LNB (Transportcode) verwijst het College naar de bijlage bij deze uitspraak, die daarvan deel uitmaakt. 2.1 Bij het bestreden besluit heeft ACM de in artikel 30, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten (NC-BAL) bedoelde methode voor de neutraliteitsheffing vastgesteld. Daarnaast heeft ACM de regels over het overschrijden van de kredietlimiet aangescherpt. ACM heeft het bestreden besluit genomen op grond van artikel 12f van de Gaswet op basis van een voorstel van Netbeheer Nederland (gezamenlijke netbeheerders). 2.2 Aanleiding voor het besluit is blijkens de toelichting een incident in 2018, waarbij een programmaverantwoordelijke grote financiële schade heeft veroorzaakt op de balanceringsmarkt. De schade ontstond doordat de programmaverantwoordelijke een short onbalans positie creëerde en daardoor zijn kredietlimiet overschreed. Als gevolg hiervan heeft GTS balanceringsacties moeten uitvoeren. De factuur hiervoor heeft de programmaverantwoordelijke niet betaald. 2.3 Het bestreden besluit bevat onder meer een aangescherpt kredietwaardigheidsbeleid en stelt GTS in staat om, indien op enig moment de exposure de kredietlimiet overschrijdt, nominaties af te wijzen en de licentie in te trekken. In artikel B1.10 zijn hiervoor regels opgenomen. Gezien de verstrekkende gevolgen van een intrekking is vastgelegd dat GTS alleen tot intrekking overgaat bij substantiële overschrijding. Wanneer sprake is van substantiële overschrijding is concreet ingevuld met drie criteria. Volgens ACM is hiermee een goede afweging gemaakt tussen het voorkomen van financiële schade door een kwaadwillende programmaverantwoordelijke en het beschermen van de belangen van prudente programmaverantwoordelijken en aangeslotenen met exitcapaciteit. Ten aanzien van het overschrijden van de kredietlimiet merkt ACM in de toelichting op dat het in de eerste plaats de verplichting is van marktpartijen om ervoor te zorgen dat hun exposure de vastgestelde kredietlimiet niet overschrijdt. Wanneer toch sprake is van overschrijding, heeft GTS het recht om maatregelen te nemen om verdere financiële schade te beperken. Dit recht volgt uit artikel 31, eerste en tweede lid, van de NC-BAL. GTS kan volgens ACM niet worden verplicht om een niet-betalende marktpartij te bewegen tot betaling over te gaan, omdat artikel 31, eerste lid, van de NC-BAL alleen ziet op het recht van GTS om noodzakelijke maatregelen te treffen en relevante contractuele eisen op te leggen aan marktpartijen om zich in te dekken tegen wanbetaling. ACM wijst er op dat de neutraliteitsheffing alleen kan worden ingezet wanneer wanbetaling te wijten is aan een marktpartij en de genoemde maatregelen en vereisten door GTS naar behoren zijn uitgevoerd. 2.4 De methode ter berekening van de neutraliteitsheffing en de procedure voor het in rekening brengen hiervan is neergelegd in artikel 4.1.8 van het bestreden besluit. Dit vormt blijkens de toelichting een uitwerking van het neutraliteitsbeginsel in hoofdstuk VII van de NC-BAL. Hieruit volgt dat de netbeheerder geen winst of verlies mag maken in verband met zijn balanceringsactiviteiten. Alle opbrengsten of kosten van GTS door balanceringsactiviteiten moeten daarom worden verrekend met de neutraliteitsheffing. Hieronder valt op grond van artikel 31, derde lid, van de NC-BAL ook wanbetaling die te wijten is aan de netgebruiker. In de toelichting merkt ACM op dat de uitwerking van de neutraliteitsheffing voldoende rekening houdt met de bescherming van marktpartijen, nu GTS te allen tijde ook eventuele nagekomen opbrengsten aan netgebruikers dient af te staan. In artikel 4.1.8, vijfde lid, is de verplichting voor GTS opgenomen om, voordat zij de neutraliteitsheffing in rekening brengt, de voorgenomen heffing ter informatie naar ACM te sturen. Dit stelt ACM in staat toezicht te houden op deze heffing, aldus de toelichting bij het bestreden besluit. 3. VEN voert aan dat ACM er ten onrechte van uitgaat dat GTS niet verplicht kan worden om een niet-betalende marktpartij te bewegen tot betaling over te gaan. Verhaal van schade zonder er alles aan te hebben gedaan deze te voorkomen, is in strijd met de artikelen 31 NC-BAL en 10a, eerste lid, aanhef en onder b, in verbinding met artikel 12f, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gaswet. Volgens VEN moet GTS zich in de eerste plaats indekken tegen wanbetaling. Dit kan door financiële veiligheidsgaranties zoals opgenomen in het bestreden besluit. Niet of niet tijdig ingrijpen leidt tot verlies van het recht om eventuele schade te verhalen op de netgebruikers. Daarnaast dient GTS in de overeenkomst met de programmaverantwoordelijke bepalingen op te nemen over maatregelen bij wanbetaling. In de tweede plaats is GTS, in het geval de netgebruiker in gebreke blijft, gehouden al het mogelijke te doen om de wanbetaler tot betaling te dwingen inclusief een eventuele civielrechtelijke rechtsgang. Pas na het treffen van alle mogelijke maatregelen is voldaan aan het bepaalde in artikel 31, derde lid, van de NC-BAL. Overigens is GTS ook op grond van artikel 6:101 van het BW gehouden eventuele schade te beperken. Op grond van artikel 10a in verbinding met artikel 12f, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gaswet is GTS gehouden het door haar beheerde net in evenwicht te houden op een objectieve, transparante en niet-discriminatoire wijze en op een wijze die de kosten weerspiegelt. Er dient te worden gehandeld als een efficiënte netbeheerder, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (Gasverordening). Het treffen van noodzakelijke maatregelen, zoals genoemd in artikel 31, eerste lid, van de NC-BAL en artikel 6:101 BW behelst diezelfde plicht tot efficiëntie en kostenweerspiegeling. Daarom is GTS ook op grond van artikel 10a in verbinding met artikel 12f, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gaswet gehouden alle mogelijke maatregelen te treffen teneinde het net in evenwicht te houden en wanbetaling te voorkomen. De maatregelen moeten volgens VEN in het bestreden besluit worden opgenomen als randvoorwaarden om een neutraliteitsheffing in rekening te kunnen brengen. VEN voert verder aan dat het aan ACM is te toetsen of GTS alle noodzakelijke maatregelen heeft getroffen. Een dergelijke toetsing ontbreekt in het bestreden besluit. Pas na het voldoen aan alle vereisten kan GTS eventuele resterende schade via een neutraliteitsheffing op grond van artikel 31, derde lid, van de NC-BAL in rekening brengen. Zonder toetsing vooraf staat niet vast dat GTS bevoegd is de neutraliteitsheffing in rekening te brengen. Bij een handhavingsverzoek achteraf zal, indien blijkt dat het verzoek terecht is ingediend, de heffing ongedaan moeten worden gemaakt met alle daaraan verbonden administratieve problemen. Volgens VEN is deze situatie niet ondenkbeeldig. VEN betwijfelt of GTS in 2018 alle mogelijke maatregelen heeft getroffen. Inmiddels heeft GTS bekend gemaakt per 2021 een neutraliteitsheffing bij netgebruikers in rekening te brengen van circa € 17,4 miljoen, waarvan ruim € 16 miljoen is gebaseerd op het incident uit 2018. Bij een toetsing vooraf is het aan GTS om aan te tonen dat zij aan alle vereisten heeft voldaan. Een toetsing achteraf via een handhavingsverzoek is een veel lastiger situatie. VEN voert ten slotte nog aan dat ACM de neutraliteitsheffing dient vast te stellen in plaats van GTS. Volgens VEN volgt dit uit het systeem en de opbouw van artikel 30 NC-BAL. 4. ACM stelt zich op het standpunt dat, gelet op de artikelen 29, eerste lid, 30, eerste lid en 31, eerste en derde lid, van de NC-BAL, het treffen en het naar behoren aanwenden van de noodzakelijke maatregelen tegen wanbetaling voorwaarden zijn om tot oplegging van een neutraliteitsheffing over te kunnen gaan. De netbeheerder wordt hiertoe echter niet verplicht. Gezien de letterlijke bewoordingen van artikel 31, eerste lid, van de NC-BAL is slechts sprake van een recht. Als GTS dergelijke maatregelen niet treft, is zij echter wel zelf aansprakelijk voor de verliezen die zij lijdt als gevolg van de wanbetaling. Zij schendt echter geen concrete bepaling uit de NC-BAL als zij dit nalaat. Daarnaast bestaat geen juridische basis die ACM zou verplichten om concrete noodzakelijke maatregelen als verplichting op te nemen in het bestreden besluit. VEN betoogt dat een combinatie van de artikelen 31 van de NC-BAL, 6:101 van het BW, 10a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gaswet en 12, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gaswet, GTS zou verplichten alle mogelijke maatregelen te treffen teneinde het net in evenwicht te houden en wanbetaling te voorkomen. ACM ziet niet hoe op basis van deze bepalingen voor ACM een verplichting zou bestaan om concrete bepalingen in een codewijzigingsbesluit op te nemen. Als GTS op basis van deze artikelen al verplicht zou worden bepaalde maatregelen te treffen, zou het opnemen van bepalingen in de Transportcode met dezelfde strekking weinig zinvol zijn, gezien de doublerende aard daarvan. ACM stelt zich verder op het standpunt dat nergens steun valt te vinden voor het betoog van VEN dat een verlies wegens wanbetaling pas door middel van de neutraliteitsheffing in rekening kan worden gebracht nadat de nationale regulerende instantie heeft getoetst en vastgesteld dat in artikel 31, eerste en tweede lid, van de NC-BAL bedoelde maatregelen en contractuele vereisten naar behoren ten uitvoer zijn gelegd. ACM kan wel achteraf, ambtshalve of op verzoek, toetsen of aan de voorwaarden is voldaan. Op grond artikel 4.1.8 moet GTS de voorgenomen neutraliteitsheffing inclusief specificatie ter informatie aan ACM zenden, voordat zij de neutraliteitsheffing in rekening brengt. Op grond van artikel 1a, eerste lid, van de Gaswet is ACM belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Gasverordening; dat wil zeggen ook de NC-BAL. Volgens ACM is voor het standpunt van VEN dat ACM de neutraliteitsheffing moet vaststellen geen steun te vinden in het systeem van artikel 30 van de NC-BAL. Aangenomen moet worden dat als de Europese wetgever de vaststelling van de neutraliteitsheffing aan de nationale regulerende instanties had willen opdragen, deze wetgever dit expliciet in een bepaling in de NC-BAL had opgenomen. Dit is namelijk in een breed scala van andere bepalingen wel gebeurd. Gezien de harmoniserende ratio van de NC-BAL is het expliciet opdragen van dergelijke taken aan de nationale regulerende instanties bovendien logisch en essentieel voor een goede werking van de NC-BAL. 5. GTS onderschrijft het standpunt van ACM. In aanvulling hierop heeft GTS het volgende naar voren gebracht. De financiële veiligheidsgaranties die in de NC-BAL worden genoemd zijn in Nederland transparant en non-discriminatoir vastgelegd in bijlage B1 van de Transportcode en GTS voert deze vereisten uit. Dat betekent dat iedere erkende programmaverantwoordelijke wordt ingedeeld in een risicocategorie. Op basis hiervan wordt bepaald of en in welke mate de programmaverantwoordelijke financiële zekerheden aan GTS moet afgeven. Daarmee wordt invulling gegeven aan artikel 31, eerste lid, van de NC-BAL. Er moet volgens artikel 31, tweede lid, van de NC-BAL ook sprake zijn van proportionaliteit. GTS is van mening dat geen sprake is van strijd met de wet, zoals VEN betoogt. Het bestreden besluit is een noodzakelijke aanvulling op de door VEN genoemde wetsartikelen omdat met deze aanvulling de kans op grote financiële schade wordt verkleind. Voor GTS is niet duidelijk in welke zin VEN gebaat zou zijn bij een vernietiging en hoe het bestreden besluit volgens VEN zou moeten worden aangepast. GTS merkt op dat de neutraliteitsheffing normaal gesproken alleen bestaat uit inkomsten die GTS ontvangt uit de zogenoemde ‘einde dag verrekening’ (artikel 4.1.7 Transportcode). Via het neutraliteitsbeginsel worden inkomsten teruggegeven aan de netgebruikers. De neutraliteitsheffing voor 2021 is uitzonderlijk vanwege de wanbetaling van € 16 miljoen. 6.1 Het College stelt voorop dat bij de beoordeling van voorschriften als deze voor de rechter niet als criterium heeft te gelden wat de meest gewenste inhoud daarvan zou zijn, maar of de bij de vaststelling van het voorschrift gemaakte keuzes zich verdragen met wat voortvloeit uit hogere algemeen verbindende regelingen en de algemene rechtsbeginselen en beginselen van behoorlijk bestuur. 6.2 Op grond van artikel 30, tweede lid, van de NC-BAL stelt ACM de methode voor de berekening van de neutraliteitsheffingen voor balancering vast of keurt deze goed. Artikel 31 van de NC-BAL bevat bepalingen over afspraken over kredietrisicobeheer. Op grond van artikel 31, eerste lid, van de NC-BAL heeft GTS het recht om noodzakelijke maatregelen te treffen en relevante contractuele eisen, inclusief financiële veiligheidsgaranties, op te leggen aan netgebruikers om zich in te dekken tegen wanbetaling. Op grond van artikel 31, tweede lid, van de NC-BAL worden de contractvereisten op basis van transparante en gelijke behandeling en proportionaliteit opgesteld en gedefinieerd in de methode voor berekening van de neutraliteitsheffingen voor balancering, als bedoeld in artikel 30, tweede lid. Wanneer wanbetaling te wijten is aan een netgebruiker, is GTS op grond van artikel 30, derde lid, van de NC-BAL niet aansprakelijk voor enig verlies, mits de maatregelen en vereisten zoals opgenomen in de leden 1 en 2 naar behoren ten uitvoer zijn gelegd. 6.3 In de hiervoor genoemde bepalingen van de NC-BAL wordt onderscheid gemaakt tussen de door GTS te stellen contractuele eisen om zich tegen wanbetaling in te dekken en te nemen maatregelen als zich een situatie van wanbetaling voordoet. Uit artikel 31, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 30, tweede lid, van de NC-BAL, volgt dat ACM bevoegd is in de methode voor de berekening van de neutraliteitsheffing contractuele eisen te formuleren waarmee GTS zich kan indekken tegen wanbetaling. Op grond van de NC-BAL komt aan ACM echter niet de bevoegdheid toe maatregelen te formuleren die GTS zou moeten nemen als zich een situatie van wanbetaling voordoet. Verder is ACM op grond van de NC-BAL niet verplicht om in de methode eisen te formuleren met betrekking tot de door GTS (in de contracten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.