← Nederland

ECLI:NL:CBB:2022:32

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 19/564R uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2022 tot rectificatie van de uitspraak van 29 juni 2021 in de zaak tussen Maatschap [naam 1] en [naam 2], te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. J. Pot), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. J. Cortet), en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 29 juni 2021 met zaaknummer 19/564 (ECLI:NL:CBB:2021:679) een kennelijke onjuistheid bevat. Partijen hebben zich uitgelaten over de kennelijke onjuistheid. Overwegingen Het College heeft nagelaten verweerder te veroordelen in de proceskosten van appellante in verband met het beroep en te bepalen dat verweerder het door appellante betaalde griffierecht dient te vergoeden. Nu de uitspraak kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op deze punten te rectificeren. Het College wijzigt de uitspraak van 29 juni 2021 als volgt. “8.2 Reeds gelet op het door verweerder na het instellen van het beroep genomen vervangingsbesluit, ziet het College aanleiding te bepalen dat het door appellante betaalde griffierecht aan haar wordt vergoed en verweerder te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1). 8.3 Het verzoek om immateriële schadevergoeding zal worden toegewezen. (…) Het College: verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk; verklaart het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond; veroordeelt verweerder tot betaling van € 617,65 aan appellante wegens de geleden immateriële schade; veroordeelt de Staat tot betaling van € 882,35 aan appellante wegens de geleden immateriële schade; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan appellante te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.201,50; veroordeelt de Staat in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 133,50.” Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. Beslissing Het College rectificeert zijn uitspraak van 29 juni 2021 als in de overwegingen is weergegeven. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2022. De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.