← Nederland

ECLI:NL:CBB:2022:350

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1256 uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2022 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] , appellante, (gemachtigde: I. Schlössels) en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 mei 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante om subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 voor de periode TVL Q1 afgewezen. Bij besluit van 27 september 2021 heeft verweerder het bezwaar van appellante tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen

  1. Het College doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak.
  2. Verweerder heeft aan de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van appellante ten grondslag gelegd dat appellante te laat bezwaar heeft gemaakt en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
  3. Het eerste lid van artikel 6:9 van de Awb bepaalt, in samenhang met artikel 6:7 van de Awb, dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
  4. De bezwaartermijn eindigde op 15 juni
  5. Het door appellante per gewone post ingediende bezwaarschrift is door verweerder ontvangen op 19 juli
  6. Dit betekent dat het bezwaarschrift niet binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken is ingediend.
  7. Appellante voert aan dat zij het bezwaarschrift binnen de termijn heeft verzonden, namelijk op 10 mei 2021, maar dat dit niet bij verweerder is aangekomen. Dit blijkt uit een handgeschreven overzicht van de uitgaande post van haar gemachtigde. Om deze reden kan niet redelijkerwijs worden geoordeeld dat zij in verzuim is geweest.
  8. Het College stelt vast dat appellante aan de hand van de (handgeschreven) verzendadministratie van haar financieel adviseur voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn is verzonden. Dat het bezwaarschrift niet tijdig bij verweerder is aangekomen, kan appellante niet worden aangerekend. Gelet hierop is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Verweerder heeft het bezwaar van appellante daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder dient het bezwaarschrift alsnog inhoudelijk te behandelen.
  9. Het beroep is gegrond. Het College ziet aanleiding om verweerder op te dragen het door appellante betaalde griffierecht van € 360,- te vergoeden en verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten van het beroep te veroordelen. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Beslissing Het College: verklaart het beroep gegrond; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan appellante te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante in beroep tot een bedrag van € 759,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van E.E.M. Koomen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli
  10. w.g. D. Brugman w.g. E.E.M. Koomen Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij het College. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.