proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1498 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2022 in de zaak tussen Maatschap [naam] ( [naam] ), te [plaats] , appellante, (gemachtigde: drs. I.M. Dijkstra-Pierik AA) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), verweerder(gemachtigde: mr. S.M. Piron en mr. R.E. Groenewold). Beslissing Het College verklaart het beroep tegen het besluit van 24 november 2021 (het bestreden besluit) ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Dit betekent dat de minister naar het oordeel van het College het bezwaar van [naam] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het bezwaarschrift zonder goede reden buiten de termijn van zes weken is ingediend. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 6 juli 2021, waarin de minister de subsidie heeft vastgesteld op € 0,00 (het TVL-besluit). Motivering De motivering van dit oordeel is als volgt. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het volgende geregeld. De bezwaartermijn bedraagt zes weken (artikel 6:7). Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen (artikel 6:9, eerste lid). De bezwaartermijn begint te lopen met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8, eerste lid). Is een bezwaarschrift buiten de termijn ingediend, dan is het in beginsel nietontvankelijk. Indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest, kan niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven (artikel 6:11). Dan is de termijnoverschrijding verschoonbaar. Dit betekent het volgende voor de zaak van [naam] . Het TVL-besluit is bekend gemaakt op 6 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.