proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/923 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 8 maart 2023 in de zaak tussen Volkstuin Vereniging " [naam 1] " (volkstuinvereniging), te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr. E. Erkamp), en de Kamer van Koophandel (KvK), verweerster (gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende). Procesverloop Met het besluit van 29 maart 2021 (het weigeringsbesluit) heeft de KvK geweigerd de opgave van wijziging van de titel van [naam 2] van voorzitter naar algemeen bestuurder in te schrijven in het handelsregister. Met het besluit van 21 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft de KvK het bezwaar van de volkstuinvereniging ongegrond verklaard. De volkstuinvereniging heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De KvK heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 maart
- Partijen zijn met voorafgaande bericht niet verschenen. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College mondeling uitspraak gedaan. Beslissing Het College: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk. - draagt de KvK op het betaalde griffierecht van € 360,- aan de volkstuinvereniging te vergoeden; - veroordeelt de KvK in de proceskosten van de volkstuinvereniging tot een bedrag van € 1.255,
- Overwegingen
- De volkstuinvereniging is een vereniging met meerdere bestuursleden. [naam 2] ( [naam 2] ) was vanaf 14 december 2019 als bestuurder van de volkstuinvereniging ingeschreven in het handelsregister en vanaf 8 maart 2020 met de titel voorzitter.
- [naam 3] heeft aan het handelsregister opgave gedaan van de wijziging van titelgegevens van [naam 2] naar algemeen bestuurder per 10 februari 2021 (eerste opgave tot wijziging van titelgegevens naar algemeen bestuurder).
- Daarop heeft [naam 2] aan het handelsregister opgave gedaan van de wijziging van titel gegevens van [naam 2] naar voorzitter per 17 februari 2021 (opgave tot wijziging van titelgegevens naar voorzitter). Met het besluit van 18 februari 2021 heeft de KvK deze wijziging ingeschreven.
- [naam 4] ( [naam 4] ) heeft vervolgens aan het handelsregister opgave gedaan van de wijziging van titelgegevens van [naam 2] naar algemeen bestuurder per 10 februari 2021 (tweede opgave tot wijziging van titelgegevens naar algemeen bestuurder). Met het weigeringsbesluit heeft de KvK besloten deze opgave niet in te schrijven in het handelsregister vanwege gerede twijfel aan de juistheid van de opgave. De KvK heeft met het bestreden besluit het weigeringsbesluit gehandhaafd.
- Met het besluit van 4 november 2021 heeft de KvK de opgave tot wijziging van titelgegevens naar voorzitter per 17 februari 2021 met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt.
- De volkstuinvereniging stelt zich op het standpunt dat de KvK ten onrechte de tweede opgave tot wijziging van titelgegevens naar algemeen bestuurder niet in het handelsregister heeft ingeschreven.
- De volkstuinvereniging beoogt met deze procedure te bereiken dat [naam 2] vanaf 10 februari 2021 niet met de titel van voorzitter in het handelsregister staat ingeschreven. Met het besluit van 4 november 2021 is echter dit rechtsgevolg al gerealiseerd. De volkstuinvereniging heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke uitspraak op het beroep.
- Ook heeft de volkstuinvereniging geen ander belang bij een vernietiging van het bestreden besluit. Niet valt in te zien dat de gestelde schade die door het weigeringsbesluit zou zijn veroorzaakt, op enige wijze een (causaal) verband heeft met dat besluit.
- Omdat het procesbelang is vervallen, is het beroep niet-ontvankelijk.
- Het College veroordeelt de KvK in de door de volkstuinvereniging gemaakte proceskosten. Het besluit van 4 november 2021 is pas na het instellen van het beroep genomen waardoor de volkstuinvereniging op het moment van het instellen van beroep nog belang had bij een uitspraak op het beroep. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.255,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 0,5 punt voor het geven van schriftelijke inlichtingen met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Duuren, mr. R.W.L. Koopmans en mr. H. van den Heuvel, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart
- w.g. M. van Duuren w.g. P.E.A. Chao