proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1697 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2023 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] ( [naam 1] ), en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) (gemachtigden: mr. E. Slot en V. Velter ). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam 1] terecht nietontvankelijk heeft verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het beroep tegen het besluit van 6 juli 2022 is daarom ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 2 februari 2022, waarin de minister de TVLsubsidie van [naam 1] heeft vastgesteld op € 0,- (het TVL-vaststellingsbesluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken (artikel 6:11 van de Awb). In dit geval is het TVL-vaststellingsbesluit bekend gemaakt op 2 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.