← Nederland

ECLI:NL:CBB:2023:169

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1697 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2023 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] ( [naam 1] ), en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) (gemachtigden: mr. E. Slot en V. Velter ). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam 1] terecht nietontvankelijk heeft verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het beroep tegen het besluit van 6 juli 2022 is daarom ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 2 februari 2022, waarin de minister de TVLsubsidie van [naam 1] heeft vastgesteld op € 0,- (het TVL-vaststellingsbesluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken (artikel 6:11 van de Awb). In dit geval is het TVL-vaststellingsbesluit bekend gemaakt op 2 februari

  1. De bezwaartermijn eindigde dus op 16 maart
  2. [naam 1] heeft het bezwaarschrift op 15 april 2022 en dus niet binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken ingediend. Naar het oordeel van het College heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maken. De minister heeft er terecht op gewezen dat het tot de verantwoordelijkheid van de aanvrager van subsidie behoort om de digitale omgeving goed in de gaten te houden, de administratie op orde te hebben en regelmatig te kijken of er besluiten zijn genomen. Als hij de administratie overlaat aan een administratiekantoor, ligt die verantwoordelijkheid daar. Communicatieproblemen of misverstanden tussen de ondernemer en zijn administratiekantoor, komen voor rekening van de aanvrager van de subsidie. De beslistermijnen die gelden voor de minister zijn zogenoemde termijnen van orde. Als de minister die termijnen niet haalt, heeft dat voor de minister geen fatale gevolgen. Dit betekent dat de minister het bezwaar van [naam 1] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijk oordeel over het TVL-vaststellingsbesluit. De uitspraak is gedaan en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. w.g. D. Brugman w.g. H.L.A. Kleinjans

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.