proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1749 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2023 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] ( [naam] ), en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) (gemachtigden: mr. E. Slot en V. Velter). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam] terecht nietontvankelijk heeft verklaard, omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het beroep tegen het besluit van 1 juli 2022 is daarom ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 11 januari 2022, waarin de minister de TVLsubsidie van [naam] heeft vastgesteld op € 4.671,99 (het TVL-vaststellingsbesluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken (artikel 6:11 van de Awb). In dit geval is het TVL-vaststellingsbesluit bekend gemaakt op 11 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.