← Nederland

ECLI:NL:CBB:2023:387

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1384 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen [naam] ( [naam] ), te [plaats] , en de minister voor Klimaat en Energie (de minister), (gemachtigde: mr. M. Wullink). Procesverloop Met het besluit van 26 juli 2021 heeft de minister de aanvraag van [naam] om een subsidie op grond van titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie van de Regeling Nationale EZK- en LNV-subsidies (de Regeling) verleend en vastgesteld op €1.780,

  1. Met het besluit van 7 december 2021 heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard. [naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 mei
  2. Aan de zitting hebben [naam] en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Overwegingen
  3. [naam] heeft haar woning laten isoleren. Zij heeft een subsidie aangevraagd op grond van de Regeling.
  4. Artikel 4.5.2, derde lid, sub c, onder 2° van de Regeling bepaalde – kort gezegd en voor zover hier van belang – dat subsidie wordt verstrekt aan een eigenaar-bewoner voor de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal dat is voorzien van een prestatie-verklaring, voor het vervangen van ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van glas door triple glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn. Artikel 4.5.4, onder sub c, van de Regeling bepaalde dat de subsidie voor een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen door het vervangen van glasdoor triple glas, in combinatie met een nieuw kozijn € 100,- per vierkante meter van de te isoleren oppervlakte bedraagt.
  5. De minister heeft € 1.600,- aan subsidie verleend en vastgesteld voor het vervangen van 16 m2 aan glas door triple glas en het plaatsen van nieuwe isolerende kozijnen.
  6. [naam] betoogt dat zij alleen een vergoeding heeft gekregen voor het plaatsen van het triple glas, terwijl zij ook een vergoeding had moeten krijgen voor het vervangen van de bestaande kozijnen door de nieuwe kozijnen. Het uiteindelijke subsidiebedrag had daarom hoger moeten zijn.
  7. De minister stelt zich op het standpunt dat in de vergoeding van € 100,- per vierkante meter voor het plaatsen van triple glas, het vervangen van de kozijnen al is verdisconteerd. Bij het plaatsen van triple glas moeten de kozijnen namelijk altijd worden vervangen omdat triple glas zwaarder is dan normaal isolatieglas. De vergoeding is daarom substantieel hoger dan de vergoeding van € 35,- per vierkante meter voor het plaatsen van normaal isolatieglas. Voor de berekening van het subsidiebedrag wordt gekeken naar het totale aantal vierkante meters triple glas dat is aangebracht. Daarbij geldt de netto glasoppervlakte; de oppervlakte van de kozijnen neemt de minister bij die berekening niet mee.
  8. Naar aanleiding van wat ter zitting is besproken begrijpt het College dat [naam] veel heeft geïnvesteerd in het isoleren van haar woning en dat zij een hogere vergoeding vanuit de Regeling had verwacht. De minister heeft echter op goede gronden met inachtneming van de geldende regelgeving de netto glasoppervlakte vergoed zoals door [naam] bij de aanvraag is opgegeven. Zoals de minister uiteen heeft gezet, is de vergoeding voor het vervangen van de kozijnen in die vergoeding verdisconteerd. Het betoog van [naam] dat de minister de kozijnen ten onrechte niet heeft vergoed en zij een hoger bedrag aan subsidie had moeten krijgen, slaagt niet.
  9. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het beroep is ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni
  10. w.g. A. Venekamp w.g. R.D.A. van Veghel

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.