proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/896 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2023 in de zaak tussen [naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] ( [naam 2] ), te [plaats] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam 2] terecht nietontvankelijk heeft verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend. Het beroep tegen het besluit van 21 mei 2021 is daarom ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 21 mei 2021, waarin de minister de subsidie van [naam 2] op nihil heeft vastgesteld (het TVL-besluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het volgende geregeld. De bezwaartermijn bedraagt zes weken (artikel 6:7). Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen (artikel 6:9, eerste lid). De bezwaartermijn begint te lopen met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8, eerste lid). Is een bezwaarschrift buiten de termijn ingediend, dan is het in beginsel nietontvankelijk. Indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest, kan niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven (artikel 6:11). Dan is de termijnoverschrijding verschoonbaar. Dit betekent het volgende voor de zaak van [naam 2] . Het TVL-besluit is bekend gemaakt op 21 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.