← Nederland

ECLI:NL:CBB:2023:74

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/729 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2023 in de zaak tussen [naam 1] V.O.F. ( [naam 1] ), te [plaats] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), (gemachtigden: E.S.M. Slot en mr. H.G.M. Wammes). Procesverloop Bij besluit van 20 september 2021 (het vaststellingsbesluit) heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan [naam 1] verleende subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot teruggevorderd. Bij besluit van 28 februari 2022 (de beslissing op bezwaar) heeft de minister het bezwaar van de [naam 1] niet-ontvankelijk verklaard. [naam 1] heeft tegen de beslissing op bezwaar beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het College heeft de zaak op 23 januari 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam 2] , [naam 3] en de gemachtigden van de minister. Overwegingen

  1. De minister heeft het bezwaar van [naam 1] niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
  2. Artikel 6:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt in samenhang met artikel 6:7 van de Awb dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De termijnoverschrijding is dan verschoonbaar.
  3. De eigenaren van [naam 1] hebben in beroep aangevoerd dat zij digitaal niet heel vaardig zijn en de aanvraag voor de TVL-subsidie via het internet een hele uitdaging was. Het bezwaarschrift is te laat ingediend, omdat men pas te laat door had dat er een vaststellingsbesluit was genomen. De notificatieberichten van de mijnRVO-omgeving heeft [naam 1] wel ontvangen, maar door problemen met Eherkenning heeft men de inhoud van de berichten nooit bekeken. [naam 2] wist niet dat het niet lezen van de notificatieberichten deze gevolgen zou hebben. Om de coronaperiode te overbruggen hebben de eigenaren van [naam 1] een beroep moeten doen op al hun spaargeld, waardoor zij hopen op begrip, inlevingsvermogen en coulance. 4.1 Het College stelt vast dat [naam 1] te laat bezwaar heeft gemaakt. In deze procedure kan daarom slechts aan de orde komen of er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. 4.2 Het College is met de minister van oordeel dat van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken in dit geval niet is gebleken. De eigenaren van [naam 1] hebben op het aanvraagformulier dat zij op 7 december 2020 hebben ondertekend en ingediend, de stelling “Ik ontvang alleen digitaal bericht over deze aanvraag” met “Ja” beantwoord. Zij hebben dus bewust ingestemd met verdere digitale correspondentie. Daaruit volgt dat de minister het besluit op de voorgeschreven wijze, met toepassing van artikel 2:14, eerste lid, van de Awb, heeft bekendgemaakt. Het College heeft geen redenen om aan te nemen dat de [naam 1] het besluit niet heeft ontvangen. [naam 1] is op 20 september 2021 via een notificatiemail – naar het emailadres dat staat vermeld op de aanvraag – op de hoogte gesteld van het feit dat er een bericht over haar TVL-aanvraag klaar stond. De minister heeft van deze notificatiemail een afschrift overgelegd. Het had op de weg van de eigenaren van [naam 1] gelegen om zelf navraag te doen bij de RVO over de notificatieberichten toen zij merkte dat ze niet in de digitale omgeving kon inloggen. Ook was het aan hen om zonodig hulp te vragen bij problemen met e-Herkenning.
  4. De conclusie is dat de minister het bezwaar van [naam 1] terecht nietontvankelijk heeft verklaard omdat niet is gebleken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
  5. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het TVL-besluit, waarin de minister de aan [naam 1] verleende subsidie heeft vastgesteld op € 0,-.
  6. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 februari
  7. w.g. D. Brugman w.g. H.L.A. Kleinjans

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.