proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1593 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2024 in de zaak tussen [naam] , te [plaats] ( [naam] ) en de minister voor Klimaat en Energie (gemachtigde: mr. E. Hol) Procesverloop Met het besluit van 19 april 2023 heeft de minister de aanvraag van een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (investeringssubsidie) in het kader van titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor glasisolatie afgewezen. Met het besluit van 28 juni 2023 heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard. [naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De zitting was op 3 april
- Aan de zitting hebben deelgenomen [naam] en de minister, bijgestaan door zijn gemachtigde. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing zijn als volgt. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Uit artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling volgt dat een aanvraag voor een investeringssubsidie wordt afgewezen als het een aanvraag betreft voor een investering in een enkele energiebesparende isolatiemaatregel die voor 2 april 2022 is gerealiseerd. 2 In dit geval is de maatregel voor 2 april 2022 gerealiseerd. De minister heeft de subsidieaanvraag dus terecht afgewezen. De Regeling biedt geen ruimte om af te wijken van de afwijzingsgrond in artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling. Er zijn naar het oordeel van het College in het geval van [naam] geen bijzondere omstandigheden die maken dat toepassing van dit vereiste tot een onevenredige uitkomst zou leiden. [naam] heeft gewezen op de ongelukkige samenloop van omstandigheden bij de eerdere subsidieaanvraag, die hij op 11 april 2022 heeft gedaan op grond van de toen geldende Regeling. Door de vertraagde aflevering en plaatsing van de kozijnen liep hij toen de subsidie mis. Die afwijzing, waartegen hij geen beroep heeft ingesteld, staat echter los van deze procedure. Deze procedure gaat over de afwijzing van aanvraag van 3 februari
- De vergelijking van [naam] met de toeslagenaffaire gaat in dit geval niet op. In deze zaak gaat het over een afwijzing van een subsidieaanvraag omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in de subsidieregeling van de minister zijn gesteld. Die afwijzing is niet onevenredig. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van mr. L. ten Hove, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april
- w.g. D. Brugman w.g. L. ten Hove