uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 24/504 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen [naam 1] , te [woonplaats] (appellante) (gemachtigde: mr. J. Biemond) en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigde: mr. B.M. Kleijs) Procesverloop Met het besluit van 26 oktober 2023 (primaire besluit) heeft de minister de invoer van de hond van appellante vanuit Libanon naar de Europese Unie geweigerd en de hond in quarantaine geplaatst. Met het besluit van 19 april 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. Met het besluit van 3 mei 2024 heeft de minister € 279,97 aan kosten op appellante verhaald. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De zitting was op 1 oktober 2025. Aan de zitting hebben de gemachtigden en appellante deelgenomen. Na de zitting heeft appellante nadere stukken ingediend. Het College heeft hierin geen aanleiding gezien het onderzoek te heropenen. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1.1 Op 9 september 2023 kwam appellante aan op Schiphol vanuit Libanon met haar hond [naam 2] . Tijdens een controle heeft een douaneambtenaar vastgesteld dat de invoerdocumenten en vaccinaties niet voldeden aan de voorwaarden voor de invoer van de hond vanuit een derde land naar de Europese Unie (EU). De douaneambtenaar heeft zijn bevindingen neergelegd in een proces-verbaal van 10 september 2023 en schrijft onder meer: “Hondje reist onder geleide van een EU dieren paspoort waarin de vaccinatie gegevens ontbreken, er staan wel Rabiës vaccinaties in een Libanees vaccinatie boekje vermeld. Verdachte en eigenaresse van het hondje is niet in het bezit van de vereiste uitslag van serologisch onderzoek.” 1.2 De douaneambtenaar heeft de hond en de getoonde papieren overgedragen aan een dierenarts van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), die op 15 september 2023 onder meer rapporteert: “De dienstdoende douanier overhandigde mij een dierenpaspoort. […] Ik zag in de documenten dat de hond geboren was op 22-03-2021.Ik zag verder dat de hond […]: • geen geldige vaccinatie tegen rabiës heeft ontvangen. • De vaccinatiedatum is niet vermeld op een (naar behoren ingevuld) identificatiedocument. De vaccinatiedatum ligt voor de datum waarop de chip is aangebracht of gelezen is. De geldigheidsduur van de vaccinatie is verlopen. […] • […] De titreringstest op rabiësantilichamen is niet vermeld op een (naar behoren ingevuld) identificatiedocument. De titreringstest op rabiësantilichamen is uitgevoerd minder dan drie maanden voor het vertrek vanuit het derde land. […] • niet vergezeld gaat van een naar behoren ingevuld identificatiedocument. Het EU Paspoort is niet compleet ingevuld, er is geen correct EU HC. […] Hierop heb ik besloten voornoemde hond in tijdelijke afzondering te plaatsen.” 1.3 De minister heeft geconcludeerd dat appellante niet over de juiste invoerdocumenten voor haar hond beschikte en dat de hond niet voldeed niet aan de eisen met betrekking tot de rabiësvaccinatie om ingevoerd te mogen worden in de Europese Unie. Dit levert volgens de minister verschillende overtredingen op van Verordening (EU) nr. 576/2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren (Verordening 576/2013). De minister heeft de hond daarom de toegang tot de Europese Unie geweigerd en onder officiële controle afgezonderd in afwachting van de terugkeer naar Libanon. Op 14 september 2023 is de hond teruggezonden naar Libanon. 1.4 De minister heeft die maatregelen op schrift gesteld in het primaire besluit van 26 oktober 2023. Met het besluit van 3 mei 2024 heeft de minister de kosten van vijf dagen opvang, administratiekosten en transportkosten, tot een bedrag van € 279,97 op appellante verhaald. Wettelijk kader 2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak. Gronden van beroep 3 Volgens appellante is haar hond ten onrechte de toegang tot Nederland geweigerd. Zij beschikte namelijk over een EU-dierenpaspoort en een in Libanon door een dierenarts afgegeven vaccinatieboekje. Uit het vaccinatieboekje blijkt dat de hond in Libanon (herhaaldelijk) is gevaccineerd en dat ook de titreringstest actueel is. Het klopt niet dat de vaccinatiedatum vóór de datum ligt waarop de chip is aangebracht of gelezen. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de titreringstest niet op het juiste moment was uitgevoerd. Er was dus geen sprake van een overtreding. De hond had in Nederland kunnen worden getest op rabiës en andere besmettelijke ziekten. Terugsturen was niet nodig, volgens appellante. Standpunt van de minister 4 Volgens de minister ontbrak bij het invoeren van de hond een naar behoren ingevuld identificatiedocument. Alleen daarom al was er sprake van een overtreding. Daarnaast lag de vaccinatiedatum vóór de datum waarop de chip is aangebracht. Ook was de titreringstest op rabiësantilichamen niet op het juiste moment uitgevoerd. De vaccinatie en titreringstest waren niet op het identificatiedocument ingevuld. De Verordening biedt dan maar drie mogelijkheden: de hond terug sturen, de hond in officiële afzondering plaatsen gedurende de tijd die nodig is om de overtredingen op te heffen of de hond te doden. Appellante heeft er zelf voor gekozen om met de hond terug te reizen naar Libanon. Beoordeling door het College 5.1 Artikel 10 van Verordening 576/2013 staat de invoer van dieren vanuit een derde land naar een EU-lidstaat onder (strikte) voorwaarden toe. Zo is vereist dat het dier is gechipt, dat het een rabiësvaccinatie heeft ontvangen en een titreringstest op rabiësantilichamen ondergaan heeft. De vaccinatie en titreringstest moeten voldoen aan bepaalde geldigheidsvoorschriften (bijlagen III en IV van de Verordening). Daarnaast moet het dier vergezeld gaan van een naar behoren ingevuld identificatiedocument. De Verordening bevat regels over de wijze van afgifte van het identificatiedocument en het formaat en de inhoud daarvan. 5.2 Een geldig identificatiedocument is in ieder geval een naar behoren ingevuld gezondheidscertificaat als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van de Verordening. Een dierenarts uit het derde land moet dit certificaat invullen en ondertekenen. Onder omstandigheden geldt ook het EU-dierenpaspoort als geldig identificatiedocument. Dit volgt uit artikel 27 van de Verordening. 5.3 Tijdens de controle op 9 september 2023 reisde appellante met een EU-dierenpaspoort en een Libanees vaccinatieboekje voor haar hond. Zij beschikte niet over een gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 25 en 26 van Verordening. Het Libanees vaccinatieboekje is geen identificatiedocument. Het EU-dierenpaspoort voldeed niet aan de voorwaarden om daarmee vanuit een derde land naar een lidstaat te reizen, omdat niet was ingevuld dat de hond een rabiësvaccinatie had ontvangen en een titreringstest had ondergaan. Bij de invoer was de hond dus niet vergezeld van een naar behoren ingevuld identificatiedocument. Dit levert een overtreding van artikel 10 van Verordening 576/2013 op, zodat de minister alleen al om die reden de invoer niet kon toestaan. Daarbij doet niet ter zake dat, zoals appellante betoogt, de hond wel gevaccineerd was en uit een in België afgenomen titreringstest zou blijken dat de hond nog goed beschermd was tegen rabiës. De Verordening biedt de minister namelijk geen ruimte om een hond zonder geldig identificatiedocument toch toe te laten. Overigens bevat het Libanese vaccinatieboekje weliswaar gegevens over toegediende vaccinaties en afgenomen titreringstesten, maar daarop ontbreekt het chipnummer van de hond, zodat de gegevens in het boekje niet aan de hond van appellante vallen te koppelen. 5.4 Artikel 35 van de Verordening kent slechts een beperkt aantal maatregelen als niet wordt voldaan aan de invoereisen. Vanwege de risico’s en om de kosten voor appellante zo laag mogelijk te houden, is in overleg met haar gekozen voor het terugsturen van de hond. De minister heeft onweergesproken gesteld dat over de opties overleg is gepleegd met appellante en dat zij heeft ingestemd met het terugsturen van haar hond. Slotsom 6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. C.A. Blankenstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025. w.g. R.C. Stam w.g. C.A. Blankenstein Bijlage Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren Artikel 10 - Voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten 1. Gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten mogen niet uit een gebied of een derde land naar een lidstaat worden verplaatst, tenzij zij voldoen aan de volgende voorwaarden: zij zijn gemerkt overeenkomstig artikel 17, lid 1; zij hebben een vaccinatie tegen rabiës ontvangen die voldoet aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage III; zij hebben een titreringstest op rabiësantilichamen ondergaan die voldoet aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage IV; zij voldoen aan de preventieve gezondheidsmaatregelen voor andere ziekten of infecties dan rabiës die zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 19, lid 1; zij gaan vergezeld van een naar behoren ingevuld identificatiedocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 26. 2. Het verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten naar een lidstaat uit een ander gebied of derde land dan die welke vermeld zijn in de op grond van artikel 13, lid 1, vastgestelde lijst, mag uitsluitend via een punt van binnenkomst voor reizigers, dat op grond van artikel 34, lid 3, vermeld is op een lijst. 3. In afwijking van lid 2 kunnen de lidstaten toestaan dat het verkeer van geregistreerde militaire, speur- of reddingshonden via een ander punt van binnenkomst dan dat voor reizigers verloopt, op voorwaarde dat: de eigenaar of de gemachtigde persoon van tevoren een vergunning heeft aangevraagd en de lidstaat deze vergunning heeft verstrekt, en de honden aan nalevingscontroles zijn onderworpen op een door de bevoegde autoriteit daartoe aangewezen plaats overeenkomstig artikel 34, lid 2, en overeenkomstig de voorwaarden van de in de onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.