C E N T R A L E GRONDKAMER 7 september 1998 Dossiernummer: GP 11.288 Beschikking in de zaak van: [pachter], wonende te [woonplaats], -hierna te noemen: pachter-, gemachtigde: mr. H.A. Gooskens, Postbus 10100,5000 JC Tilburg, -t eg e n- Staat der Nederlanden, Dienst der Domeinen, Regionale directie Domeinen Zuid, Gevestigd te Breda, Postbus 2222 -hierna te noemen: verpachter-, gemachtigden: [gemachtigde A], alsmede [gemachtigde B], beiden medewerker van verpachter. Het geding in eerste aanleg De grondkamer Zuid heeft bij beschikking van 27 maart 1998, waarvan afschrift aan partijen is verzonden op 21 april 1998, beschikkende op het op 9 maart 1998 ontvangen verzoekschrift als bedoeld in artikel 62 van de Pachtwet, toestemming verleend om met ingang van 1 april 1998 de in dat artikel onder a tot en met d genoemde bedingen te mogen opnemen in pachtovereenkomsten met betrekking tot het perceel, kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Noord-Brabant], [kadastrale aanduidingen], groot 3.71.50 ha. Het geding in hoger beroep Pachter is bij een op 14 mei 1998 ter griffie ingekomen beroepschrift in beroep gekomen tegen voormelde beschikking, met verzoek de toestemming alsnog te weigeren voor een door hem van verpachter gepachte oppervlakte van 1.47.70 ha. Pachter heeft grieven van de volgende inhoud aangevoerd. Grief 1: De grondkamer heeft ten onrechte geoordeeld dat verzoeker aan de te verpachten objecten een bestemming heeft gegeven voor niet tot de landbouw betrekkelijke doeleinden van openbaar nut. Deze bestemming blijkt niet uit het bestemmingsplan nu daarin sprake is van agrarisch gebruik. Grief 2: Verpachter is van opvatting dat de gronden in de toekomst wellicht nodig zijn voor de uitvoering van het project "[naam project]". Pachter is van opvatting dat het nog geenszins vaststaat dat dit project tot uitvoering komt en of dan alle gronden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project. Grief 3: De gronden zijn via de ruilverkaveling [naam ruilverkaveling] bij akte van toedeling van 29 maart 1996 aan verpachter toegedeeld. Ingevolge artikel 159 van de Landinrichtingswet treden op diedatum alle pachtovereenkomsten in werking. Aangezien een verzoek als hier bedoeld vóór de ingangsdatum van de pachtovereenkomst moet zijn gedaan en de onderhavige pachtovereenkomst reeds twee jaar loopt, betekent één en ander dat het verzoek te laat is ingediend. Grief 4: In het kader van de ruilverkaveling is nimmer gerept over het gegeven dat artikel 62 Pachtwet zou worden toegepast op de onderhavige pachtgronden. Zo dat wel was geschied, dan had pachter daartegen zeker zijn bezwaren kenbaar gemaakt. Pachter verklaarde voorts uitdrukkelijk er geen bezwaar tegen te hebben dat de gronden, die hij vóór de ruilverkaveling reeds van verpachter pachtte en waarop artikel 62 Pachtwet al van toepassing was, na de ruilverkaveling wederom zullen worden onderworpen aan de toepassing van de bepalingen van artikel 62, a tot en met d van de Pachtwet. Verpachter heeft bij schriftuur ingekomen op 3 juni 1998 bij de griffie van de Centrale Grondkamer het door pachter aangevoerde gemotiveerd bestreden. De pachter heeft verzocht in deze zaak een mondelinge behandeling te houden. Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 13 juli 1998, waar pachter is verschenen bijgestaan door mr. Gooskens, advocaat te Tilburg, en verpachter bij haar gemachtigden de heren [gemachtigde A] en [gemachtigde B], beiden in dienst van verpachter. Ter zitting zijn de wederzijdse standpunten nader toegelicht. Tijdens de zitting is gebleken dat de grondkamer bij brief van 8 mei 1981 aan verpachter heeft medegedeeld dat zij in haar vergadering van 23 december 1980 aan verpachter goedkeuring heeft verleend tot opneming van de bepalingen van artikel 62 a tot en met d van de Pachtwet in pachtovereenkomsten betreffende gronden in eigendom van de Staat der Nederlanden. De pachter heeft aangegeven bekend te zijn met de inhoud van deze brief. Beoordeling van het geschil in hoger beroep
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.