ECLI:NL:CG:2022:4
CENTRALE GRONDKAMER Datum: 24 maart 2022 Dossiernummer: GP 11.840 Beschikking in de zaak van: de publiekrechtelijke rechtspersoon Provincie Noord-Holland, gevestigd te Haarlem, hierna te noemen: verpachtster, gemachtigde: mr. F. Sepmeijer, advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag, -tegen- [pachter], gevestigd te [adres], [vestigingsplaats], hierna te noemen: pachter.
De procedure bij de grondkamer 1. De grondkamer Noordwest heeft op 23 december 2020 een verzoek geregistreerd om de pachtovereenkomst goed te keuren waarbij verpachtster aan pachter heeft verpacht: drie percelen grasland te [woonplaats], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Noord-Holland], [kadastrale aanduiding] (15270 m2), [kadastrale aanduiding] (13990 m2) en [kadastrale aanduiding] (15610 m2), met een totale oppervlakte van 44870 m2.
De pachtovereenkomst is aangegaan voor de duur van zes jaar, ingaande op 1 november 2020 en eindigende op 31 oktober 2026, tegen een pachtprijs van € 4.083,00 per jaar. De pachtovereenkomst is volgens de tekst daarvan een geliberaliseerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:397 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De procedure bij de Centrale Grondkamer Verpachtster is bij een beroepschrift, dat de Centrale Grondkamer op 26 november 2021 heeft ontvangen, in beroep gekomen van de beschikking van de grondkamer. Verpachtster heeft de Centrale Grondkamer verzocht de beschikking van de grondkamer te vernietigen en de pachtovereenkomst alsnog ongewijzigd goed te keuren. Ook heeft zij verzocht om een mondelinge behandeling van het beroepschrift. Verpachtster heeft daarbij afstand gedaan van het verzoek dat zij bij de grondkamer had ingediend voor het geval de grondkamer de pachtovereenkomst niet ongewijzigd zou goedkeuren; dat is het verzoek om aanvulling van artikel 17.
Met een brief van 8 december 2021 heeft de Centrale Grondkamer pachter de mogelijkheid gegeven een verweerschrift in te dienen en deze opgeroepen te komen naar de zitting van de Centrale Grondkamer voor de mondelinge behandeling van het beroepschrift. Pachter heeft geen verweerschrift ingediend.
Beoordeling van het geschil in hoger beroep De kern van de zaak en de beslissing In de pachtovereenkomst staat dat het gebruik van glyfosaat op het gepachte niet is toegestaan en dat glyfosaat alleen na toestemming van verpachtster mag worden toegepast (hierna: het glyfosaatverbod). De grondkamer heeft het glyfosaatverbod uit de pachtovereenkomst geschrapt en de pachtovereenkomst goedgekeurd. Verpachtster is het daarmee niet eens en is in hoger beroep gekomen bij de Centrale Grondkamer. De Centrale Grondkamer keurt het glyfosaatverbod in de zesjarige geliberaliseerde pachtovereenkomst goed, onder toevoeging van een voorwaarde. Die voorwaarde is dat verpachtster bij het einde van de pachtovereenkomst pachter niet zal aanspreken op het niet opleveren in de staat waarin het gepachte in gebruik is gegeven als dit niet opleveren in die staat het rechtstreeks gevolg is van het verbod op het gebruik van glyfosaat en pachter redelijkerwijs geen andere maatregelen heeft kunnen treffen om dit te voorkomen. Hierna legt de Centrale Grondkamer haar oordeel uit.
De motivering van de beoordeling Uitgangspunten 1. Pachtovereenkomsten moeten op grond van de wet worden goedgekeurd door de grondkamer. Een - hier niet aan de orde zijnde - uitzondering daarop geldt voor enkele in de wet specifiek genoemde pachtovereenkomsten. De grondkamer keurt de pachtovereenkomst goed, tenzij sprake is van in de wet genoemde gevallen waarin niet (zonder wijziging) mag worden goedgekeurd (artikel 7:319 BW). Als de grondkamer geen goedkeuring geeft, dan wijzigt zij de pachtovereenkomst (door middel van aanpassing of schrapping van bedingen uit de pachtovereenkomst) of vernietigt zij de pachtovereenkomst (artikel 7:320 lid 1 BW). De door de grondkamer gewijzigde pachtovereenkomst geldt als een goedgekeurde overeenkomst (artikel 7:320 lid 2 BW). Het komt er dus op neer dat de grondkamer en in beroep de Centrale Grondkamer op grond van de wet moet ingrijpen in de contractsvrijheid van partijen in de in de wet geregelde gevallen.
Toetsing 6. De volgende omstandigheden zijn in dit geval van belang.
Het gepachte is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als grasland. Verpachtster heeft het gepachte openbaar ter verpachting aangeboden en heeft potentiële pachters tevoren gewezen op het glyfosaatverbod. Verpachtster heeft hen de gelegenheid gegeven in te schrijven tegen een door de pachter(s) te bepalen prijs. Pachter heeft zich ingeschreven voor de te verpachten grond en heeft daarbij zijn prijs genoemd.
In artikel 5 van de pachtovereenkomst staat onder meer: “Artikel 5. AANVAARDING EN TERBESCHIKKINGSTELLING a. Het gepachte is partijen volkomen bekend, die daarvan geen nadere omschrijving verlangen.
Pachter aanvaardt het gepachte in de (onderhouds)staat waarin het zich bevindt ten tijde van 1. Centrale Grondkamer, 5 maart 2020, GP 11.812 (Glyfosaatverbod, TvAR 2020/8020) en Centrale Grondkamer, 11 november 2021, GP 11.833 (Glyfosaatverbod II, TvAR 2021/8075) 2 Centrale Grondkamer, 27 januari 2022, GP 11.835 (Glyfosaatverbod III, TvAR 2022/8083) het aangaan van deze pachtovereenkomst. Het gepachte wordt geacht te zijn opgeleverd en aanvaard in de staat die pachter mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort waarop de pachtovereenkomst betrekking heeft. b. In afwijking van het bepaalde in artikel 7:341 BW geldt dat verpachter niet aansprakelijk is voor (de gevolgen van) eventuele gebreken die het gepachte blijkt te hebben en die verpachter op het moment van het aangaan van de pachtovereenkomst niet kende, of naar op dat moment gangbare opvattingen niet hoefde te kennen. Verpachter is evenmin aansprakelijk voor (de gevolgen van) eventuele zichtbare en/of onzichtbare gebreken, die na het aangaan van de pachtovereenkomst ontstaan c.q. mochten ontstaan. Op verpachter rust terzake van zichtbare en/of onzichtbare gebreken, ontstaan na het aangaan van de pachtovereenkomst, geen onderzoeks- en/of mededelingsplicht. De pachter kan terzake de in dit lid genoemde gebreken geen aanspraak maken op het verhelpen daarvan en heeft geen recht op vermindering van de pachtprijs in geval van vermindering van pachtgenot als gevolg van deze gebreken.”
In artikel 10b van de pachtovereenkomst staat onder meer: “Grasland (…) Pachter dient het grasland vrij te houden van schadelijke gewassen en onkruid en hij zal het onderhoud van het pachtobject zodanig moeten verzorgen, zoals nodig is en wordt vereist. (…) Het is pachter niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verpachter grasland te scheuren, behoudens na verkregen machtiging overeenkomstig artikel 7:348 lid 2, 3 en 4 BW.”
In artikel 11 van de pachtovereenkomst staat onder meer: “Bestaand grasland mag niet worden gescheurd.”
In artikel 17 van de pachtovereenkomst staat onder meer: “Artikel 17. EINDE VAN DE PACHT a. Pachter is bij het einde van de pachtovereenkomst verplicht het gepachte weer in tenminste dezelfde en goede staat ter vrije beschikking te stellen van verpachter of aan de door verpachter aangewezen nieuwe grondgebruiker. b. Pachter blijft aansprakelijk voor schade en gebreken aan het gepachte of tekortkomingen in het onderhoud ervan die zich na de oplevering als bedoeld in lid a. openbaren, maar voordien zijn ontstaan, tenzij het gebreken betreft die bij de aanvraag van de pachtovereenkomst al aanwezig waren en die verpachter toen kende of naar de op dat moment gangbare opvattingen behoorde te kennen.”
Verpachtster streeft ernaar om via haar pachtbeleid de landbouw samen met haar pachters te verduurzamen. Het is een proces van continue verbetering. Met het oog op die verduurzaming en vanwege het voorzorgprincipe is ook het glyfosaatverbod in de pachtovereenkomst opgenomen. Aangezien er alternatieven voor het gebruik van glyfosaat mogelijk zijn, dan wel het gebruik van glyfosaat door verpachtster kan worden toegestaan als er geen realistisch alternatief voor glyfosaat is en gewasbescherming noodzakelijk is, wordt pachter niet geconfronteerd met nadelige effecten van het glyfosaatverbod en hoeft de verpachte grond ook niet te veronkruiden.
In het pachtbeleid van verpachtster staat over het vereiste van toestemming het volgende: “Indien een ondernemer toch glyfosaat wil gebruiken, dient hij dit bij de provincie aan te vragen. De beoordeling hiervan vindt plaats door de beheerder van de provincie samen met een externe expert (bijvoorbeeld een gewasexpert of een duurzaamheidscoach). Als er écht geen alternatief is en gewasbescherming is wel noodzakelijk, dan wordt het middel alsnog toegestaan.”
Verpachtster heeft al ervaring opgedaan met het glyfosaatverbod in eerdere (goedgekeurde) geliberaliseerde pachtovereenkomsten. In de afgelopen periode kwam het erop neer dat een pachter naar verpachtster mailde of belde met het verzoek of hij glyfosaat mag gebruiken. Pachter moet dan het gewas en de grond beschrijven. Vervolgens gaan de beheerder namens verpachtster, pachter en een gewasexpert samen in het veld de situatie bekijken. De expert zal de vragen “Is glyfosaat de enige of beste oplossing? Zijn er alternatieven? Wat zijn de kosten daarvan?” naar aanleiding van het veldbezoek beantwoorden. Er is alle ruimte voor het stellen van vragen door pachter. Verpachtster kan afwijken van het advies van de expert, maar dat is nog niet gebeurd. De expert is onafhankelijk. De expert wordt wel betaald door verpachtster, omdat de pachter de kosten niet wil betalen, maar verpachtster wil onafhankelijk advies.
Verpachtster wil het beste voor de grond. Het belang voor de pachter is niet altijd het beste voor de grond. Soms heeft pachter een ander belang. Verpachtster heeft ongeveer 300 contracten en er zijn 8 verzoeken om toepassing van glyfosaat gedaan. 90% van de verzoeken om toestemming heeft verpachtster toegestaan, sinds verpachtster hiermee is begonnen in november 2020, en dat betrof vooral bouwland. Verpachtster heeft één keer toestemming gegeven voor het gebruik van glyfosaat op grasland. Tot nu toe heeft steeds dezelfde expert geadviseerd, een gewasdeskundige. Pachter heeft ook de vrijheid om zelf een expert aan te dragen. Door het gesprek met pachter in het veld leren pachter en verpachter over alternatieve bestrijding en dat werkt goed.
Verpachtster wil niet dat een pachter de opvolgend pachter een probleem geeft. Als pachter bijvoorbeeld in jaar 1 om toestemming vraagt, bijvoorbeeld omdat hij te laat was voor machinaal bewerken, dan kan verpachtster toestemming geven na advies van de expert. Maar dan zegt verpachtster wel: dit jaar mag glyfosaat worden gebruikt, maar volgend jaar moet het anders, volgens het alternatief van de expert. Het is maatwerk. Veel pachters hebben die ‘mindset’ eigenlijk al. Het advies van de expert met een behandelplan gaat ook naar pachter. Een simpel “Nee, je krijgt geen toestemming” is niet aan de orde. Daar heeft verpachtster ook niets aan.
Een advies van de expert kan bijvoorbeeld zijn: glyfosaat pleksgewijs aanbrengen en in een lage dosering. Het betreft maatwerk. Uit adviezen van de expert komt naar voren dat in veel gevallen waarin het gebruik van glyfosaat door de provincie is toegestaan, voor de toekomst methoden zonder glyfosaat toepasbaar zijn. Denk in dit verband aan het in het voorjaar tijdig beginnen met de mechanische bestrijding van onkruid of chemische bestrijding van onkruid met andere middelen dan glyfosaat.
Op dit moment wordt er bij de aanvaarding van het gepachte geen beschrijving van de staat van het gepachte opgemaakt, maar dat wil verpachtster in de toekomst wel gaan doen, ter voorkoming van discussie over die staat. Pachter heeft ook een wettelijke inspanningsplicht. Pachter zal er ook voor moeten zorgen dat het gepachte niet gaat verwoekeren. Het is ook in het belang van pachter dat de grond kan worden gebruikt. De controle bij de oplevering van het gepachte gebeurt nu door de beheerder van verpachtster. Verpachtster meent dat een versoepeling van de opleveringsverplichting in artikel 17 van de pachtovereenkomst conform de laatste beslissing van de Centrale Grondkamer, kan leiden tot met onkruid vervuilde gronden die niet ten goede komen aan een eventuele opvolgende pachter en evenmin aan de duurzaamheid van haar landbouwgronden. Verpachtster acht dit niet wenselijk.
Met die wijziging is geen sprake meer van een situatie dat de verplichtingen uit de pachtovereenkomst niet in een redelijke verhouding staan tot het daaruit aan pachter geboden genot.
Het vierde bezwaar van verpachtster kan dus ook niet leiden tot de door verpachtster gewenste goedkeuring van de pachtovereenkomst.
Slotsom De Centrale Grondkamer zal de beschikking van de grondkamer vernietigen en opnieuw beschikken zoals hierna wordt vermeld.
Beslissing De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de grondkamer en beschikt opnieuw: wijzigt de overeenkomst tussen de Provincie Noord-Holland als verpachtster en [pachter] als pachter in die zin dat aan artikel 17 van de pachtovereenkomst wordt toegevoegd: “f. Verpachtster zal pachter bij het einde van de pachtovereenkomst niet aanspreken op het niet opleveren in de staat waarin het gepachte in gebruik is gegeven als dit niet opleveren in die staat het rechtstreeks gevolg is van het verbod op het gebruik van glyfosaat en pachter redelijkerwijs geen andere maatregelen heeft kunnen treffen om dit te voorkomen.”; keurt de aldus gewijzigde overeenkomst goed.
Deze beschikking is gegeven op 24 maart 2022 door mrs. J.H. Lieber, Th.C.M. Willemse en W.F. Boele en deskundige leden mr. ing. H.J. Vinke en ir. J.H. Jurrius, in tegenwoordigheid van mr. M. Vriend als griffier.