← Nederland

ECLI:NL:CG:2024:4

CENTRALE GRONDKAMER Datum: 25 april 2024 Dossiernummer: GP 11.855 Beschikking in de zaak van: Staat der Nederlanden, Rijksvastgoedbedrijf, Directie Transacties & Projecten, Afdeling Verhuur, zetelend in Den Haag, kantoorhoudend in Assen, hierna te noemen: verpachtster, -tegen- [pachter], wonend in [woonplaats], gemeente [gemeente], hierna te noemen: pachter. De beslissing van de Centrale Grondkamer in het kort Verpachtster vraagt om herziening van de pachtprijs van de door haar verpachte woning en bedrijfsgebouwen. Tegen de pachtprijs die de grondkamer heeft vastgesteld (€ 8.997,- ) heeft verpachtster bezwaren. De bezwaren zien op de indeling naar bedrijfstype. De Centrale Grondkamer wijst het verzoek van verpachtster af. Hierna legt de Centrale Grondkamer de beslissing uit. Eerst beschrijft de Centrale Grondkamer onder 1 en 2 wat er in de procedure bij de grondkamer en in de procedure bij de Centrale Grondkamer is gebeurd. Onder 3 staan de redenen voor de beslissing. Onder 4 staat de beslissing in juridische woorden. 1De procedure bij de grondkamer 1.

  1. Na meerdere pachtwijzigingsovereenkomsten en een akte van pachtoverdracht volgt uit de pachtwijzigingsovereenkomst van 4 juni 1997 dat verpachtster nu aan pachter een hoeve verpacht, bestaande uit en gelegen in de [polder], kadastraal bekend als gemeente [gemeente in de provincie Flevoland], [kadastrale aanduiding], nu groot 23.09.68 ha. De pacht is ingegaan op 1 november 1952 voor het land en 1 mei 1953 voor de gebouwen. 1.
  2. Verpachtster heeft een verzoek gedaan tot herziening van de pachtprijs van de woning en de bedrijfsgebouwen. Het verzoek van verpachtster is een verzoek zoals is bedoeld in artikel 7:333 lid 2 BW. Het verzoek is bij de grondkamer Noordwest (hierna: de grondkamer) op 10 oktober 2022 geregistreerd. 1.
  3. De grondkamer heeft in de beschikking van 25 mei 2023 de tegenprestatie herzien en de pachtprijs voor de woning en bedrijfsgebouwen bepaald op € 8.997,- per jaar, ingaande 1 november
  4. 1.
  5. Een afschrift van die beschikking is aan partijen verzonden op 22 juni 2023 en is in fotokopie aan deze beschikking gehecht. Naar de beschikking van de grondkamer wordt verwezen voor de procedure bij de grondkamer en de aan de beschikking ten grondslag gelegde motivering. 2De procedure bij de Centrale Grondkamer 2.
  6. Verpachtster is met een beroepschrift dat de Centrale Grondkamer op 19 juli 2023 heeft ontvangen in beroep gegaan tegen de beschikking van de grondkamer. Verpachtster heeft de Centrale Grondkamer verzocht de beschikking van de grondkamer te vernietigen en de pachtprijs voor de bedrijfsgebouwen vast te stellen met inachtneming van het bedrijfstype ‘overig’. 2.
  7. Pachter is in de gelegenheid gesteld op het beroepschrift van verpachtster te reageren, maar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 3De redenen voor de beslissing 3.
  8. Verpachtster is het niet eens met de indeling naar bedrijfstype als bedoeld in artikel 16 van het Pachtprijzenbesluit
  9. Volgens haar staat in de pachtovereenkomst van 15 april 1953 dat het verpachte is uitgegeven als een gemengd bedrijf, zodat van het bedrijfstype ‘overig’ moet worden uitgegaan bij de bepaling van de hoogst toelaatbare pachtprijs. 3.
  10. De Centrale Grondkamer gaat voorbij aan de bezwaren van verpachtster. In de akte van verpachting van 15 april 1953 staat dat in pacht is uitgegeven een hoeve bestemd voor gemengd bedrijf. Partijen zijn echter in de pachtwijzigingsovereenkomst uit 1978 in artikel 7 overeengekomen dat de bestemming van het gepachte wordt gewijzigd van gemengd bedrijf in akkerbouwbedrijf. De grondkamer is in haar taxatie bij de bepaling van de hoogst toelaatbare pachtprijs voor de bedrijfsgebouwen dus terecht uitgegaan van het bedrijfstype akkerbouwbedrijf. Gelet hierop zal de Centrale Grondkamer de beschikking van de grondkamer bekrachtigen. 4De beslissing De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep: bekrachtigt de beschikking, waarvan beroep. Deze beschikking is gegeven op 25 april 2024 door mrs. M.S.A. van Dam, W.F. Boele en B.J.H. Hofstee en de deskundige leden ing. P. Kerkstra en B.Th.W. Lamers, in tegenwoordigheid van mr. M. Knipping-Verbeek als griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.