AOW 1993/82 U I T S P R A A K in het geding tussen: de erfgenamen van A., overleden op 16 september 1995, laatstelijk gewoond hebbende te B. (Turkije), eisers, en de Sociale Verzekeringsbank, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij voor beroep vatbare beslissing van 9 april 1992 heeft gedaagde aan A. (hierna: A.) met ingang van 1 mei 1992 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend. Gedaagde heeft aan A. tevens een toeslag ingevolge die wet toegekend. De Arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft het door A. tegen die beslissing ingestelde beroep bij uitspraak van 4 maart 1993 ongegrond verklaard. A. is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Hij heeft de Raad verschillende brieven (met bijlagen) toegezonden. Het hoger beroep is door de president van de Raad bij beschikking van 3 februari 1995 met toepassing van de artikelen 94 en 148 van de Beroepswet (oud) niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Raad heeft het door A. tegen deze beschikking gedane verzet gegrond bevonden. De Raad heeft daartoe overwogen dat in een geval als het onderhavige, waarin de rechtzoekende de Nederlandse taal in het geheel niet begrijpt en hij evenmin is voorzien van de bijstand van iemand die die taal wel beheerst, uit het in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden gegarandeerde recht op een eerlijk proces voortvloeit dat voor de beoordeling van de tijdigheid van het hoger beroep niet moet worden uitgegaan van de verzenddatum van de aangevallen uitspraak, maar van de verzenddatum van de vertaling van die uitspraak. Bij schrijven van 15 november 1996 heeft gedaagde een korte uiteenzetting over de zaak gegeven. De behandeling van het beroep ter terechtzitting is met schriftelijke toestemming van partijen achterwege gebleven. II. MOTIVERING Met ingang van 1 januari 1994 is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking getreden en de Beroepswet gewijzigd. De in dit kader gegeven wettelijke regels van overgangsrecht brengen echter mee dat op het onderhavige hoger beroep moet worden beslist met toepassing van het procesrecht zoals dat luidde vóór 1 januari 1994, behoudens wat betreft de mogelijkheid van vergoeding van proceskosten als geregeld in artikel 8:75 van de Awb. A. genoot een remigratie-uitkering van f 930,- netto per maand ingevolge de Experimentele Remigratieregeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.