00/4253 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant, en [X.] B.V., gevestigd te [Y.], gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij besluit van 2 maart 1999 (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van gedaagde tegen zijn besluit van 15 september 1998 ongegrond verklaard. Bij laatstgenoemd besluit had appellant de aan [A.] (hierna te noemen: verzekerde) krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering, die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 15 november 1998 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. De Arrondissementsrechtbank te Utrecht heeft bij uitspraak van 23 juni 2000 onder meer het beroep van gedaagde tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het bezwaar van gedaagde tegen het besluit van 15 september 1998 niet ontvankelijk verklaard. Appellant heeft op bij aanvullend beroepschrift (met bijlagen) van 15 september 2000 aangevoerde gronden tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld. Gedaagde heeft, hoewel daartoe te zijn uitgenodigd, geen verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 27 april 2001, waar appellant zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. K.B. van Someren, werkzaam bij Gak Nederland B.V., als zijn gemachtigde, en waar gedaagde niet is verschenen. II. MOTIVERING De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak op het door gedaagde ingestelde beroep als volgt overwogen (waarbij voor eiseres sub 2 dient te worden gelezen gedaagde, voor eiser sub 1 dient te worden gelezen verzekerde en voor verweerder dient te worden gelezen appellant): "Het bezwaarschrift van eiseres sub 2 strekt - gelet op de inhoud van de bezwaren - tot het ongedaan maken van het primaire besluit, waarbij de aanspraken die eiser sub 1 ingevolge de WAO op verweerder heeft zijn verminderd. Eiseres sub 2 heeft echter zowel in bezwaar als in beroep nagelaten aan te geven welk rechtstreeks belang eiseres sub 2 zelf heeft bij ongedaanmaking van het primaire besluit. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder - bij afwezigheid van eiser sub 1 en eiseres sub 2 - nog aangegeven dat voor eiseres sub 2 wellicht een belang bestaat in het kader van de premiedifferentiatie, bijvoorbeeld omdat eiseres sub 2 in de toekomst meer premie zou moeten gaan betalen. De rechtbank gaat aan dit betoog voorbij, aangezien het primaire besluit heeft geleid tot een vermindering van aanspraken ingevolge de WAO en deze vermindering - naar het de rechtbank, bij het ontbreken van een toelichting van eiseres sub 2, voorkomt - niet tot een financieel nadeel voor eiseres sub 2 leidt. Ook overigens is de rechtbank niet duidelijk geworden welk rechtstreeks belang van eiseres sub 2 getroffen is door het primaire besluit. Gelet op vorenstaande heeft verweerder eiseres sub 2 ten onrechte ontvankelijk geacht in haar bezwaar. Het bestreden besluit komt dan ook voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het bezwaar van eiseres sub 2 niet-ontvankelijk te verklaren." Het hoger beroep van appellant is gericht tegen de aangevallen uitspraak, voor zover daarbij het beroep van gedaagde gegrond is verklaard, het bestreden besluit is vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad overweegt als volgt. Bij besluit van 15 september 1998 heeft appellant de aan verzekerde krachtens de WAO toegekende uitkering, welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 15 november 1998 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Appellant heeft van dat besluit bij brief van 15 september 1998 mededeling gedaan aan gedaagde. Bij brief van 7 oktober 1998 heeft gedaagde tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit heeft appellant het bezwaar van gedaagde ontvankelijk geacht en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft zich in de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, op het standpunt gesteld dat gedaagde heeft nagelaten aan te geven welk belang zij heeft bij ongedaanmaking van het besluit van 15 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.