01/4909 ZW U I T S P R A A K in het geding tussen: [Naam appellante], wonende te [naam woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Appellante is op bij aanvullend beroepschrift van 23 november 2001 aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Breda onder dagtekening 21 augustus 2001 tussen partijen gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft bij schrijven van 21 december 2001 van verweer gediend en vervolgens desgevraagd bij schrijven van 5 juli 2002 nadere stukken ingezonden. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 10 september 2002, waar appellante niet is verschenen en waar gedaagde zich -met kennisgeving- niet heeft doen vertegenwoordigen. II. MOTIVERING Appellante was laatstelijk op basis van een uitzendovereenkomst vanaf 7 februari 2000 werkzaam bij een kwekerij. Zij heeft zich op 8 mei 2000 voor dit werk ziek gemeld. Bij besluit van 22 augustus 2000 heeft gedaagde geweigerd om appellante vanaf 8 mei 2000 een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toe te kennen onder overweging dat er recht bestaat op loondoorbetaling van het uitzendbureau (hierna: werkgever). Bij besluit van 21 december 2000 (hierna: het bestreden besluit) heeft gedaagde het door appellante tegen voormeld besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hierbij heeft de rechtbank het volgende overwogen: "Op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van de Ziektewet (hierna: ZW), kan geen ziekengeld worden betaald als er recht is op loon, zoals bedoeld in artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Ingevolge artikel 7:629 BW heeft de werknemer voor een tijdvak van tweeënvijftig weken recht op betaling van 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon door de werkgever indien hij de bedongen arbeid niet heeft verricht, omdat hij daartoe door ziekte verhinderd was. De werkgever van eiseres is aangesloten bij de Nederlandse Bond voor Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (hierna: NBBU). In casu is de NBBU-CAO voor uitzendkrachten (hierna: CAO) van toepassing. De CAO kent een zogenaamd uitzend-fasensysteem. Volgens de gegevens van de werkgever is eiseres ingedeeld in fase
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.