E N K E L V O U D I G E K A M E R 01/4921 WW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekering (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Namens appellant heeft mr. A.C. Doorn, werkzaam bij D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschapij N.V. te Amsterdam, op bij beroepschrift van 10 september 2001 aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Utrecht op 1 augustus 2001 gewezen uitspraak (registratienummer: SBR 00/702), waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een op 26 november 2001 gedagtekend verweerschrift (met bijlage) ingezonden, naar aanleiding waarvan namens appellant bij brief van 19 december 2002 (met bijlage) de gronden nader zijn aangevuld. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 13 februari 2004, waar partijen, met voorafgaand schriftelijk bericht, niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Bij besluit van 7 maart 2000 heeft gedaagde gegrond verklaard de bezwaren van appellant tegen het primaire besluit van 17 november 1999, waarbij appellant per 22 oktober 1999 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (hierna: WW) is toegekend berekend naar een dagloon van f 185,70, dat besluit voor wat betreft het dagloon herroepen en het dagloon gewijzigd vastgesteld op f 204,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.