E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/1845 NABW 03/2923 NABW U I T S P R A A K in de gedingen tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN Appellant heeft op bij aanvullende beroepschriften aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de (voorzieningenrechter van de) rechtbank Zutphen op 14 maart 2002 en 16 juni 2003 tussen partijen gewezen uitspraken, reg.nrs. 01/1312, 01/1471 en 01/1458 NABW waarnaar hierbij wordt verwezen. Appellant heeft in beide zaken de gronden van zijn hoger beroep nader toegelicht en nadere stukken ingezonden. De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 27 januari 2004, waar appellant in persoon is verschenen, en waar gedaagde zich niet heeft doen vertegenwoordigen. II. MOTIVERING De Raad ontleent aan de stukken de volgende feiten en omstandigheden. Op 1 juli 1997 is de woning van appellant te Ruurlo ontruimd ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak. Vanaf de ontruimingsdatum is de inboedel opgeslagen bij de gemeentelijke werf en vervolgens per 1 januari 1998 bij de firma Waaijenberg verhuizers b.v. te Ede. Aan appellant is bijzondere bijstand verleend voor de opslagkosten over de periode van 1 juli 1997 tot 1 april 1998, laatstelijk onder mededeling dat appellant actief naar woonruimte diende te zoeken en dat na 1 april 1998 geen verdere bijzondere bijstand voor opslagkosten verstrekt zou worden. Per 1 november 1999 is appellant verhuisd naar een woning te Winterswijk. Op door appellant ingediende aanvragen voor bijzondere bijstand voor opslagkosten is telkenmale afwijzend beslist. In zijn uitspraak van 28 oktober 2003, nr. 01/4772 NABW, betrekking hebbende op een aanvraag van appellant voor bijzondere bijstand voor opslagkosten over de periode van 28 september 2000 tot 28 december 2000, heeft de Raad geoordeeld, dat in beginsel vanaf de datum van de verhuizing van appellant geen noodzaak meer bestond de inboedel op te slaan, zodat de opslagkosten vanaf die datum niet zijn aan te merken als noodzakelijke kosten. Thans zijn aan de orde de door appellant ingediende aanvragen van 1 mei 2001 en 9 augustus 2001 ter voorziening in de opslagkosten over de perioden van 28 maart 2001 tot 28 juni 2001 respectievelijk van 28 juni 2001 tot 28 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.