E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/3153 ALGEM U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant] wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Namens appellant heeft J. Bolhuis FB, belastingadviseur te Drachten, hoger beroep ingesteld bij de Raad tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden, kenmerk 02/40 ALGEM, waarbij het beroep van appellant tegen het besluit van gedaagde van 29 november 2001 ongegrond is verklaard. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 19 mei 2004, waar appellant - met voorafgaand bericht - niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door H.C. van Dijk, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Bij een looncontrole gehouden april 2000 heeft gedaagde geconstateerd dat er verschillen zijn, aangaande de jaren 1996, 1997 en 1998, tussen de, door appellant, werkelijk netto uitbetaalde lonen volgens de financiële administratie en de nettolonen volgens de loonadministratie. Naar aanleiding van deze constatering heeft gedaagde over die jaren correctienota's verzonden en een verzuim geregistreerd. In geding is het geconstateerde verschil betreffende het jaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.