E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/3312 ZW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Bij besluit van 12 december 2000 heeft gedaagde appellant medegedeeld dat appellant met ingang van 19 december 2000 geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat hij op en na deze datum niet meer ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn arbeid. Bij besluit op bezwaar van 23 januari 2001, hierna: het bestreden besluit, heeft gedaagde het bezwaar van appellant tegen voormeld besluit ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage heeft bij uitspraak van 9 mei 2002, reg.nr. AWB 01/654 ZW, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Appellant heeft tegen die uitspraak op bij beroepschrift vermelde gronden hoger beroep ingesteld. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 7 juni 2004 heeft appellant nadere stukken ingezonden. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 23 juni 2004, waar appellant in persoon is verschenen en waar namens gedaagde is verschenen mr. A.J. Verdonk, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de navolgende feiten en omstandigheden, welke hij als vaststaand aanneemt. Appellant was sedert september 2000 via een uitzendbureau als administratief medewerker werkzaam en is op 19 oktober 2000 voor dit werk uitgevallen met onder andere oogklachten, waarna hem een uitkering ingevolge de Ziektewet is toegekend. De verzekeringsarts Z. Sarras heeft op basis van zijn eigen bevindingen en het oordeel van de huisarts, zoals weergegeven in diens brief van 12 december 2000, appellant per 19 december 2000 niet langer ongeschikt geacht voor zijn arbeid, welk oordeel is neergelegd in het besluit van 12 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.