02/2408 CSV E N K E L V O U D I G E K A M E R U I T S P R A A K in het geding tussen: [vennootschap], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Bij beroepschrift van 26 april 2002 heeft mr. J. van der Plas, belastingadviseur te Amsterdam, als gemachtigde van appellante op bij aanvullende beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Zutphen op 19 maart 2002, nummer 01/374 CSV, tussen partijen gewezen uitspraak. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 17 juni 2004, waar voor appellante is verschenen haar directeur A. Sint Nicolaas, bijgestaan door mr. L.E. Bindemann, en waar namens gedaagde niemand is verschenen. II. MOTIVERING Appellante heeft voorafgaand aan de terechtzitting bij brief van 7 juni 2004 haar pleitnota aan de Raad toegezonden. Daarbij heeft appellante zeven bijlagen overgelegd. In artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat partijen tot tien dagen voor de zitting stukken kunnen indienen. Appellantes gemachtigde heeft zich niet aan deze termijn gehouden. Mede in aanmerking genomen dat gedaagde niet ter zitting van de Raad is verschenen en zich niet over de bijlagen heeft uitgelaten, zal de Raad die stukken buiten beschouwing laten. In hoger beroep is nog in geschil de vraag of gedaagde terecht en op goede gronden premies heeft geheven en boetes heeft opgelegd over de premiejaren 1996 en 1997 ter zake van niet verantwoorde (zwarte) loonbetalingen. Gedaagde heeft zulks neergelegd in zijn primaire besluiten van 18 en 23 februari 2000, welke besluiten zijn gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 9 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.