E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/4192 AKW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft de Sociale verzekeringsbank in werking getreden. Thans oefent gedaagde de taken en bevoegdheden uit die tot genoemde datum werden uitgeoefend door de Sociale Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan de Sociale Verzekeringsbank. Bij besluit van 12 februari 2001 heeft verweerder eiser meegedeeld dat hij met ingang van het vierde kwartaal 2000 geen recht heeft op kinderbijslag ten behoeve van zijn beide kinderen, omdat zij niet als zijn eigen of aangehuwde, danwel pleegkinderen worden aangemerkt. Bij besluit van 19 juni 2001, hierna: het bestreden besluit, heeft gedaagde het tegen het besluit van 12 februari 2001 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak van 25 juni 2002, nr. AKW 01/1549 RIP, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Namens appellant is mr. L. Deiman, advocaat te Rotterdam, van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Bij brief van 20 augustus 2002 heeft mr. Deiman de Raad meegedeeld niet langer als gemachtigde van appellant op te treden. Bij brief van 13 september 2002 heeft mr. M.F. Vermaat, advocaat te Amsterdam, zich als gemachtigde van appellant gesteld. Het beroep is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 20 februari 2004, waar partijen -met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen. Na voormelde zitting is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, in verband waarmee de Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen. Ter voortzetting van het onderzoek heeft de Raad aan gedaagde nadere vragen gesteld. Bij faxbericht van 18 maart 2004 heeft gedaagde de Raad bericht zijn standpunt, neergelegd in het bestreden besluit, niet langer te handhaven en aangegeven dat er een nieuw besluit genomen zal worden. Bij brief van 13 april 2004 heeft mr. Vermaat, voornoemd, aan de Raad meegedeeld dat gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar, gedateerd 9 april 2004, heeft genomen waaruit blijkt dat het bestreden besluit van gedaagde niet langer zal worden gehandhaafd en dat volledig tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren van appellant, gericht tegen de beslissing van 19 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.