E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/2284 ZW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Namens appellante is mr. B.J. Bloemendal, advocaat te Zoetermeer, op bij aanvullend beroepschrift vermelde gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Assen op 28 februari 2002 tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr. 01/378 ZW), waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Op 13 juli 2004 heeft gedaagde een besluit van dezelfde datum ingezonden. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 14 juli 2004, waar partijen - zoals aangekondigd - niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Gedaagde heeft op 13 juli 2004 een besluit op bezwaar van dezelfde datum ingezonden, waarbij het besluit op bezwaar van 9 maart 2001 (hierna: het bestreden besluit) is ingetrokken en de besluiten van 13 november 2000 en 8 januari 2001 zijn herroepen. Hierbij is vermeld dat [werkneemster], werkneemster van gedaagde, (alsnog) recht heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) over de tijdvakken 6 september 2000 tot en met 17 september 2000 en 5 oktober 2000 tot en met 8 oktober 2000 alsmede over 11 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.