E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/5420 ZW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Bij brief van 15 november 2002 heeft gedaagde appellante in kennis gesteld van een ten aanzien van haar genomen besluit ter uitvoering van de Ziektewet (hierna: het bestreden besluit). De rechtbank Almelo heeft bij uitspraak van 19 september 2003 (reg.nr. 02/1113 ZW AW1 A) het door appellante tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Namens appellante is mr. A.L. Ruiter, werkzaam bij het Bureau Rechtshulp Almelo, op bij aanvullend beroepschrift vermelde gronden van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 29 juni 2004 is namens appellante een nader stuk ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 14 juli 2004, waar namens appellante haar gemachtigde mr. Ruiter (voornoemd) is verschenen, en waar namens gedaagde - met kennisgeving - niemand is verschenen. II. MOTIVERING Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden. Bij faxbericht van 17 september 2002 is namens appellante (pro forma) bezwaar gemaakt tegen het besluit van 6 augustus 2002, inhoudende dat appellante geen recht heeft op ziekengeld omdat zij recht heeft op loondoorbetaling door haar werkgever. Dit faxbericht is verzonden naar faxnummer 053-4822989 van de afdeling Ziektewet van de (voormalige) vestiging van gedaagde in Enschede. Medio september 2002 is deze vestiging verhuisd naar Hengelo. Bij brief van 9 oktober 2002 heeft gedaagde de gemachtigde van appellante ervan in kennis gesteld dat het bezwaarschrift geen gronden bevat en dat het gevolg hiervan kan zijn dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard. De gemachtigde van appellante wordt in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Deze brief is verzonden vanaf de vestiging in Hengelo en op het briefpapier is het (nieuwe) faxnummer 074-7502610 vermeld. Volgens de gemachtigde van appellante heeft hij de aanvullende gronden per fax op 6 november 2002 naar gedaagde verzonden. Hij heeft een kopie van dit faxbericht tijdens de bezwaarprocedure overgelegd. Deze fax is gericht aan de vestiging in Hengelo. Tevens heeft hij een gespreksspecificatie van KPN Telecom B.V. overgelegd met daarop de vermelding dat er op 6 november om 13:43 uur gedurende 41 seconde een verbinding is geweest met nummer 074-7502510 en een verzendjournaal met daarop de vermelding dat er op 6 november om 13:24 gedurende 37 seconde een verbinding is geweest met nummer 053-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.