E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/5980 WUV U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [opposante], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposante, en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 3 juli 2003 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 26 september 2002 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald. Tegen die uitspraak heeft opposante bij brief van 26 september 2003 verzet gedaan. Het verzetschrift is op 30 september 2003 ter griffie van de Raad ontvangen. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad van 15 juli 2004 waar opposante niet is verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. I. Wolfert, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING Blijkens de stukken is bij schrijven van 6 januari 2003 opposante erop gewezen dat het verschuldigde griffierecht alsnog binnen vier weken na dagtekening per kas dient te zijn voldaan dan wel op de bankrekening van de Raad dient te zijn bijgeschreven. Dit schrijven hield een herinnering in aan een eerder schrijven van 16 december 2002 waarbij opposante was uitgenodigd het griffierecht te voldoen. Opposante heeft in verzet aangevoerd dat zij de reden van het verzuim tijdig te betalen reeds eerder heeft aangegeven in een door haar ingediende brief van 21 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.