E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/5444 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Namens appellante heeft mr. J.W. Brouwer, advocaat te Assen, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 24 september 2003, nummer AWB 02-213 WAO V02, waarnaar hierbij wordt verwezen. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 20 juli 2004, waar partijen, zoals tevoren was bericht, niet zijn verschenen. II. MOTIVERING Bij besluit van 18 januari 2002, verder: het bestreden besluit, heeft gedaagde het bezwaar van appellante tegen een besluit van 14 augustus 2001, waarbij de arbeidsongeschikt-heidsuitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzeke-ring, die tot dan toe was berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 26 juni 2001 is ingetrokken omdat appellant met ingang van die datum voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht, in zoverre gegrond geacht dat de datum van intrekking bij het bestreden besluit alsnog is vastgesteld op 21 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.