E N K E L V O U D I G E K A M E R 02/1617 WW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Namens appellant heeft mr. P.H.G. Crena Uiterwijk, belastingadviseur te Nunspeet, op bij aanvullend beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 30 januari 2002 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 00/1654 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 4 augustus 2004, waar voor appellant is verschenen mr. Crena Uiterwijk, voornoemd, en waar gedaagde - met bericht - niet is verschenen. II. MOTIVERING De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang. Bij besluit van 17 maart 2000 heeft gedaagde appellants aanvraag om een WW-uitkering per 3 januari 2000 afgewezen op de grond dat hij niet voldoet aan de zogeheten referte-eis als bedoeld in artikel 17, onder a, van de WW. Tevens is daarbij overwogen dat appellant niet valt onder het Besluit verlaagde wekeneis. Dat standpunt heeft gedaagde bij het bestreden besluit van 14 augustus 2000 gehandhaafd. In geding is de vraag of het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende. Appellant werkte van 19 augustus 1999 tot en met december 1999 als account-manager kerstpakketten in dienst van [werkgeefster]. Dat werk begon met het samenstellen van de kerstpakketten en het verkopen daarvan aan bedrijven en instellingen. Vaststaat dat appellant alleen aan de referte-eis kan voldoen indien het Besluit verlaagde wekeneis leidt tot een lager minimum aantal gewerkte weken dan
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.