02/840 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. Aan het geding heeft voorts als partij deelgenomen [werkgever], gevestigd te [vestigingsplaats], hierna te noemen: de werkgever. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Bij besluit van 12 mei 1999 heeft gedaagde aan appellante met ingang van 5 april 1999 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Namens de werkgever is tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 22 oktober 1999, hierna: het bestreden besluit, heeft gedaagde dit bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Zwolle heeft bij uitspraak van 24 december 2001, reg. nr. Awb 99/10598 WAO, het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Voorts heeft de rechtbank aan gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen en is gedaagde veroordeeld tot het vergoeden aan appellante van proceskosten en griffierecht. Namens appellante is mr. M.A.T. Sick, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, op bij aanvullend beroepschrift vermelde gronden van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Namens de werkgever heeft J.H.C. van Dongen, werkzaam bij de Metaalunie te Nieuwegein, medegedeeld als derde partij aan het geding in hoger beroep te willen deelnemen. Desgevraagd heeft appellante geen toestemming gegeven om haar medische gegevens aan de werkgever ter kennis te brengen. De medische stukken zijn met toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), aan Van Dongen voornoemd gezonden. Namens de werkgever heeft Van Dongen een schriftelijke reactie ingezonden. Gedaagde heeft een vraag van de Raad beantwoord. Namens appellante is een nader stuk ingezonden. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 10 augustus 2004, waar - zoals tevoren is bericht - voor appellante niemand is verschenen en waar namens gedaagde is verschenen mr. P.W.F. Mezenberg, werkzaam bij het Uwv. Voor de werkgever is verschenen J.H.C. van Dongen voornoemd. II. MOTIVERING Appellante is op 1 juni 1997 bij de werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. Op 6 april 1998 is zij met zwangerschapsverlof gegaan en zij is op 10 mei 1998 bevallen. Aansluitend aan de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof dat eindigde op 26 juli 1998 heeft appellante zich ziek gemeld. Inmiddels was haar dienstverband op 31 mei 1998 van rechtswege beëindigd. Gedaagde heeft aan haar met ingang van 5 april 1999 een WAO-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het geschil heeft zich in bezwaar en beroep toegespitst op de vraag welke dag als eerste arbeidsongeschiktheidsdag moet worden aangemerkt. Gedaagde is uitgegaan van de datum 6 april 1998, de eerste dag van het zwangerschapsverlof. De werkgever heeft zich op het standpunt gesteld dat de periode dat ziekengeld wordt genoten in verband met zwangerschap en bevalling bij de bepaling van de eerste ziektedag buiten beschouwing dient te blijven en dat de eerste ziektedag moet worden bepaald op 27 juli 1998, de datum waarop de ziekmelding heeft plaatsgevonden. Op die dag was appellante niet meer in dienst van de werkgever. Aangevoerd is dat de werkgever daardoor niet op grond van artikel 4 van het besluit Premiedifferentiatie WAO kan worden belast met een hogere gedifferentieerde WAO-premie. De rechtbank heeft de werkgever in het gelijk gesteld en de eerste arbeidsongeschiktheidsdag bepaald op 27 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.