E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/364 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoerings-organisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur het Uitvoerings-instituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekering (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv dan wel de rechtsvoorganger, zijnde in dit geval het bestuur van de bedrijfsvereniging voor Overheidsdiensten. Bij besluit van 13 februari 2001 heeft gedaagde de bezwaren van appellante tegen het besluit van 22 november 2000, waarbij gedaagde het namens appellante gedane verzoek om terug te komen van de besluiten van 13 november 1986 en 30 maart 1992 heeft afgewezen, ongegrond verklaard. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft bij uitspraak van 5 december 2002 het namens appellante tegen dat besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Appellante is op bij beroepschrift van 21 januari 2003 aangegeven gronden tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen. Bij brief van 2 september 2004 heeft appellante de Raad nadere stukken doen toekomen. Gedaagde heeft bij schrijven van 7 maart 2003 van verweer gediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 16 september 2004, waar appellante in persoon is verschenen, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. M. de Graaf, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. II. MOTIVERING Bij besluit van 13 november 1986 heeft gedaagde appellante in kennis gesteld van de gevolgen van de regelgeving met betrekking tot de afschaffing van het minimumdagloon en de afbouw naar het minimumloon. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden. Bij besluit van 30 maart 1992 heeft gedaagde appellante in kennis gesteld van zijn besluit dat de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 oktober 1985 is toegenomen en dat de uitkering per 1 oktober 1996 wordt herzien naar 80 tot 100% met als dagloon f 109,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.