ZW 02/6198 U I T S P R A A K in het geding tussen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant, en [gedaagde], wonende te [woonplaats] gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het Lisv. Appellant heeft op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Haarlem op 5 november 2002, onder nr. Awb 02 - 63 H ZW V67 G17 K1, tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft op dit verweerschrift gereageerd. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 18 augustus 2004, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx, werkzaam bij het Uwv, terwijl gedaagde niet is verschenen. II. MOTIVERING Gedaagde, die op 8 mei 2001 is bevallen, heeft tot en met 21 juli 2001 een bevallingsuitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen. Bij besluit van 13 augustus 2001 heeft appellant geweigerd gedaagde met ingang van 22 juli 2001 ziekengeld te verstrekken, omdat met ingang van laatstgenoemde datum de arbeidsongeschiktheid van gedaagde niet langer het gevolg is van de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap. In bezwaar heeft de bezwaarverzekeringsarts R.M. Hulst gedaagde geschreven dat hij naar aanleiding van de in bezwaar overgelegde stukken behoefte heeft aan nadere informatie en dat hij die primair bij de huisarts van gedaagde, en zo nodig bij de gynaecoloog of het Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC) wil vragen. Omdat hij daarvoor schriftelijke toestemming nodig heeft, heeft hij gedaagde gevraagd de bijgaande machtiging ingevuld aan hem te retourneren. In reactie hierop heeft gedaagde bij brief van 5 november 2001 laten weten geen machtiging te geven om bij de huisarts informatie in te winnen, omdat de bijgevoegde machtiging zo algemeen is gesteld, dat ook medische gegevens kunnen worden opgevraagd die niet relevant zijn voor de beoordeling van het recht op ziekengeld. Tevens heeft zij geen machtiging verstrekt om bij de gynaecoloog informatie in te winnen omdat de zwangerschap, bevalling en nacontrole volledig door de verloskundige zijn gedaan en de gynaecoloog na de constatering van het bloedverlies slechts een echo heeft gemaakt en een infuus heeft aangelegd. Gedaagde heeft de bezwaarverzekeringsarts wel gemachtigd informatie in te winnen bij haar verloskundige en bij het KEAC. De bezwaarverzekeringsarts, die blijkens zijn rapport van 14 november 2001 van mening was dat gedaagde expliciet toestemming geweigerd heeft voor het vergaren van informatie bij huisarts en gynaecoloog, heeft vervolgens op basis van de op dat moment beschikbare gegevens de conclusie getrokken dat er geen overtuigende factoren zijn op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit zwangerschap of bevalling. Appellant heeft vervolgens bij besluit van 26 november 2001 (het bestreden besluit) het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, appellant veroordeeld in de proceskosten en opgedragen het griffierecht te vergoeden. Aan deze uitspraak liggen de overwegingen ten grondslag dat niet is gebleken dat de bezwaarverzekeringsarts bij zijn onderzoek heeft toegepast de standaard “Zwangerschap en bevalling als oorzaak voor haar arbeid”(de standaard), die een bijlage vormt bij Lisv-mededeling M99-047 van 29 april 1999 en dat appellant niet zonder nadere motivering voorbij had mogen gaan aan de stelling van gedaagde dat de voor de zwangerschap bestaande klachten na de bevalling zijn verergerd, gelet op het bepaalde in paragraaf 4.1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.