02/5653 WAO U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganistatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv. Namens appellant heeft mr. R.H.M.Ch. Libotte, advocaat te Maastricht, op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Maastricht, reg.nr. AWB 2001/1340 WAO, op 30 september 2002 gewezen uitspraak. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 8 september 2004, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. E.H.J. Eussen, kantoorgenoot van mr. Libotte, voornoemd, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. T.M. Kuijpers, werkzaam bij het Uwv. II. MOTIVERING Bij besluit van 31 augustus 2001, het bestreden besluit, heeft gedaagde het besluit van 25 mei 2001 gehandhaafd waarbij aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. In dit geding is de vraag aan de orde of het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Met overneming van de gronden van de aangevallen uitspraak met betrekking tot de medische en arbeidskundige aspecten van dat besluit, beantwoordt de Raad deze vraag evenals de rechtbank bevestigend. Ook de Raad is tot het oordeel gekomen dat op grond van de zich onder de gedingstukken bevindende gegevens voldoende is komen vast te staan dat appellant op 17 april 2001 niet verdergaand beperkt was voor het verrichten van arbeid dan is aangegeven door de verzekeringsarts L. Beckers in zijn na onderzoek van appellant opgemaakte rapport van 20 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.